ECLI:NL:RBDHA:2026:15606
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegewezen tegen afwijzing verblijfsdocument EU/EER op grond van Chavez-arrest
Verzoekster, van Surinaamse nationaliteit, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsdocument EU/EER op grond van het Chavez-arrest vanwege verblijf bij haar Nederlandse dochter. De minister wees deze aanvraag af en handhaafde dit besluit na bezwaar. Verzoekster mocht het beroep niet in Nederland afwachten en vroeg daarom een voorlopige voorziening om schorsing van het besluit en behoud van werk- en toeslagrechten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van spoedeisend belang omdat verzoekster uit Nederland kan worden gezet, ook al zijn er geen concrete uitzettingsplannen. De minister baseert zijn afwijzing mede op een terugmelding bij de gemeente Almere wegens een vermeende schijnerkenning van de dochter, die de Nederlandse nationaliteit zou hebben verkregen door erkenning van een Nederlandse man.
De voorzieningenrechter twijfelt aan de rechtmatigheid van de terugmelding en het niet uitgaan van de Nederlandse nationaliteit van de dochter, omdat het verkrijgen en verliezen van het Nederlanderschap volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap verloopt en niet zomaar kan worden genegeerd. Het beroep kan daarom niet zonder meer kansloos worden verklaard.
In de belangenafweging weegt het belang van verzoekster en haar dochter, die afhankelijk is van haar, zwaarder dan het belang van de minister om misbruik tegen te gaan. De voorlopige voorziening wordt toegewezen, het bestreden besluit geschorst, en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit geschorst tot uitspraak op het beroep.