Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker 1], verzoeker 1,
[verzoeker 2], verzoeker 2,
[verzoeker 3], verzoeker 3,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter stelt op grond van de voorgaande overweging vast dat er tussen partijen nog onduidelijkheid bestaat over de waarde van de twee belangrijkste rapporten die ten grondslag liggen aan de standpunten van partijen en dat die rapporten tot verschillende conclusies leiden. De bezwaarfase leent zich ervoor om hier de nodige duidelijkheid over te krijgen. De voorzieningenrechter volgt in dit stadium van de procedure niet het standpunt van verweerder dat het EVZ-rapport dient te prevaleren. Het Panteia-rapport is van recentere datum (18 januari 2016 tegenover 21 februari 2012) en heeft jarenlang ten grondslag gelegen aan het beleid van de minister van SZW en het door het UWV gehanteerde toetsingskader ten aanzien van het pga. Het rapport van EVZ is bovendien bij de totstandkoming van het Panteia-rapport betrokken. (…) De functie-eisen (inclusief kennis van taal en cultuur voor de koksfunctie vanaf niveau 4) zijn in 2016 als reëel en proportioneel onderschreven in het Panteia-rapport en dit standpunt is destijds overgenomen door de minister van SZW. Verweerder stelt nu niet meer te volgen dat de inhoudelijke functie-eisen dermate veeleisend zijn dat in de praktijk alleen koks met minimaal vijf jaar werkervaring voldoen en noemt een taaleis nog steeds reëel, maar stelt dat aan die eis wordt voldaan als in de keuken Engels wordt gesproken. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder vooralsnog onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd waarom thans wel sprake is van pga.”