Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
shakhsiya ijtimaiya,een ‘sociaal bekend persoon’, wiens sociale positie zeer dichtbij dat van het stamhoofd staat. Dit is door de minister niet betwist en de rechtbank gaat er dan ook vanuit dat dit door de minister geloofwaardig is geacht.
“Uit de beoordeling van het asielrelaas van de heer [eiser] blijkt dat de IND kennelijk onvoldoende op de hoogte is van de situatie in Jemen. Als antropoloog met jarenlange onderzoekservaring in Jemen ben ik van mening dat de heer [eiser] een groot risico loopt wanneer hij naar Jemen terug wordt gestuurd.”In de brief gaat dr. [naam] onder meer in op de bijzondere sociale positie die eiser inneemt:
“Aangezien de heer [eiser] een belangrijke positie inneemt in het tribale systeem in Jemen, namelijk de positie van shakhsiya ijtimaiya (een positie die vergelijkbaar is met die van “vice” sheikh), loopt hij groot gevaar.”.
shakhsiya ijtimaiyainneemt. Zoals hiervoor onder rechtsoverweging 6. is overwogen, heeft de minister niet ongeloofwaardig geacht dat eiser inderdaad deze positie bekleedde. Wel heeft de minister in het bestreden besluit aangegeven dat eisers standpunt dat hij vanwege deze positie van grote interesse is voor de Houthi’s niet wordt gevolgd. Ter zitting heeft de gemachtigde van de minister aangegeven dat hij in de verklaring van dr. [naam] verwijzingen naar landeninformatie mist. De rechtbank stelt vast dat de gemachtigde van de minister niet de deskundigheid van dr. [naam] betwist maar documentatie die haar standpunt onderbouwd mist. Nu niet getwijfeld wordt aan de deskundigheid van dr. [naam] en zij bovendien in haar brief heeft aangeven dat zij bereid is een toelichting te geven, kan aan haar verklaring naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer voorbij worden gegaan.