Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoeksterV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, een Eritrese asielzoekster, diende een verzoek in tot voorlopige voorziening om haar overdracht naar Zwitserland te voorkomen, omdat zij aanwezig wilde zijn bij de behandeling van haar verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar asielaanvraag. De overdracht was gepland op 9 juni 2026, maar werd op 4 juni 2026 geannuleerd door verweerder.
De voorzieningenrechter overwoog dat op het moment van de beslissing geen sprake meer was van een spoedeisend belang, aangezien de overdracht niet langer gepland stond. Verweerder voerde aan dat het verzet geen redelijke kans van slagen had en dat alle relevante medische informatie reeds was meegewogen. Verzoekster stelde dat de overdracht zou leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro, maar dit werd niet voldoende onderbouwd.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om overdracht naar Zwitserland te voorkomen wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.