ECLI:NL:RBDHA:2026:15567
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-inwilliging asielverzoek wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker, van Guinese nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 7 april 2026 deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting en verwijst naar de uitspraak in zaaknummer NL26.19257, waarin het beroep kennelijk ongegrond is verklaard.
Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer nodig en wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.