ECLI:NL:RBDHA:2026:15562
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende binding met Nederland
Eiseres, van Turkse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel wedertoelating tot Nederland. De minister heeft deze aanvraag afgewezen en het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep op 18 mei 2026 behandeld.
De kern van het geschil is of Nederland het meest aangewezen land is voor eiseres. Hoewel eiseres tussen 1977 en 1983 rechtmatig in Nederland verbleef, woont zij sinds haar jeugd al 41 jaar onafgebroken in Turkije, waar zij haar opleiding volgde, een gezin stichtte en een sociaal netwerk heeft opgebouwd. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij nog sterke banden met Nederland onderhoudt of dat zij sinds haar vertrek pogingen heeft gedaan om terug te keren.
De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom Nederland niet het meest aangewezen land is. Ook is geen sprake van schending van de hoorplicht, omdat het bezwaar geen nieuwe relevante informatie bevatte. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf blijft in stand.