Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op asielgrond. De aanvraag werd op 1 september 2025 ontvangen, met een beslistermijn van zes maanden. De minister heeft niet binnen deze termijn beslist, ondanks een tijdige ingebrekestelling op 4 maart 2026.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nader gehoor af te nemen over de asielmotieven van eiseres en binnen acht weken daarna een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en stelt de minister in het ongelijk. Eiseres krijgt hiermee haar gelijk en de minister wordt verplicht alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.