ECLI:NL:RBDHA:2026:15517
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid vervolging militaire dienstplicht in Algerije
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vermeende vervolging voor het ontduiken van de militaire dienstplicht in Algerije. De minister wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk de dienstplicht zou moeten vervullen en dat hij vervolgd zou worden bij weigering.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat de nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn, maar diens identiteit en oproep voor militaire dienstplicht niet. De minister baseerde zich op ambtsberichten en rapporten waaruit blijkt dat er meer dienstplichtigen zijn dan nodig, dat vrijstellingen en uitstel mogelijk zijn, en dat vervolging niet consequent plaatsvindt.
Eiser stelde dat hij risico loopt op ernstige schade door weigering van de dienstplicht, mede door militaire spanningen aan de grens. De rechtbank vond echter dat eiser dit onvoldoende onderbouwde en dat het risico op vervolging niet aannemelijk is. De beroepsgronden faalden, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard en het bestreden besluit in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.