ECLI:NL:RBDHA:2026:15440

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
NL26.16978
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • L.J. van der Veen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 56 VwopArt. 10 Regelingen verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005Art. 11 Regelingen verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen plaatsing in Handhaving- en Toezichtlocatie wegens herhaald overlastgevend gedrag

De rechtbank Den Haag heeft op 8 juni 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) om hem te plaatsen in de Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en tegen een vrijheidsbeperkende maatregel van de minister van Asiel en Migratie.

Eiser had op 28 augustus 2025 een incident veroorzaakt waarbij hij agressief gedrag vertoonde, onder meer door tegen kamerdeuren te schoppen, een medebewoner te bedreigen met een kapot bierflesje en betrokken te raken in een fysieke worsteling. Na dit incident werd een HTL-maatregel en een maatregel op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet opgelegd. Eiser had eerder lichtere maatregelen en intensieve begeleiding ontvangen, onder meer in de IBO te Schalkhaar, maar deze hadden niet geleid tot gedragsverandering.

De rechtbank oordeelde dat het COa het besluit tot plaatsing in de HTL op goede gronden en voldoende gemotiveerd had genomen. Het aanbod voor vrijwillige opname in een psychiatrische instelling werd door eiser geweigerd en er waren geen medische belemmeringen voor de overplaatsing. Gezien het patroon van herhaald en ernstig overlastgevend gedrag was de keuze voor de HTL-maatregel terecht.

Het beroep tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel werd ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.16978 en AWB 26/4934

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,geboren op [geboortedatum],van Djiboutiaanse nationaliteit,V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. R.J.J. Flantua),
en

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa

alsmede

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank twee beroepen. Het eerste beroep is gericht tegen het besluit van het COa van 27 februari 2026. In dat besluit heeft het COa besloten om eiser vanaf 27 februari 2026 in de HTL [1] in Hoogeveen te plaatsen (hierna: het plaatsingsbesluit). [2] Het tweede beroep van eiser richt zich tegen het besluit van de minister van dezelfde datum om hem een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 56 van Pro de Vw [3] op te leggen (hierna: de vrijheidsbeperkende maatregel). De rechtbank merkt het beroep ook aan als een verzoek om schadevergoeding.
1.1.
Eiser heeft op 2 april 2026 beroepsgronden ingediend, waarop het COa op
13 mei 2026 een verweerschrift heeft ingediend.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 28 mei 2026 op zitting behandeld. De minister en het COa hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Eiser en zijn gemachtigde zijn met kennisgeving niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek in beide zaken op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De beroepen zijn ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt, dat het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en dat eiser ook geen vergoeding krijgt in de proceskosten. Hierna legt de rechtbank hoe zij tot dit oordeel komt.
Het beroep gericht tegen het plaatsingsbesluit
De feitelijke verslaglegging van het incident
3. In de verslaglegging van het COa staat – samengevat – over het incident het volgende. Op 28 augustus 2025 heeft een medewerker omstreeks 21.25 uur op camerabeelden gezien dat eiser tegen kamerdeuren schopte en in een fysiek conflict verwikkeld raakte met een medebewoner. Hierbij nam hij ook een dreigende houding aan met een kapot bierflesje en heeft hij gedreigd de medebewoner te vermoorden. Later ontstond er opnieuw een worsteling waarbij de medebewoner eiser naar de grond trok. Eiser heeft de medebewoner toen in zijn arm gebeten. Hierbij heeft eiser opnieuw met een kapotte bierfles in de lucht gezwaaid. Omstreeks 21.35 uur arriveerde er drie politieauto’s op het terrein. Eiser werd staande gehouden en onder schot gehouden met een stroomstootwapen, maar bleef schreeuwen, schelden en opmerkingen maken richting COa medewerkers. Zo riep eiser onder andere tegen de medewerkers dat zij slecht en racistisch zijn. Toen twee COa medewerkers volgens eiser niet de juiste originele papieren uit zijn kamer hadden opgehaald, is eiser op de vlucht geslagen en aan de politie ontkomen. Hierbij probeerde eiser over een hek te klimmen, maar de politie wist hem terug te trekken en naar de politieauto te brengen.

HTL-maatregel en maatregel 56 Vw van 30 augustus 2025

4. Naar aanleiding van dit incident is aan eiser op 30 augustus 2025 een HTL-maatregel en een maatregel artikel 56 Vw Pro opgelegd. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. Eiser heeft de HTL op 30 oktober 2025 vrijwillig verlaten en is met onbekende bestemming vertrokken. Het beroep is op 27 november 2025 namens eiser ingetrokken.
4.1.
Eiser heeft zich op 26 februari 2026 weer in Ter Apel gemeld voor opvang. Hij is toen verwezen naar de HTL in Hoogeveen omdat hij de eerdere maatregel niet had volbracht. Met eiser is op 27 februari 2026 opnieuw een maatregelgesprek gevoerd en is hem opnieuw een HTL-maatregel opgelegd evenals een maatregel artikel 56 Vw Pro. Eiser heeft tegen beide maatregelen beroep ingesteld.
Wat vindt eiser?
5. Eiser ontkent het incident niet, maar stelt zich op het standpunt dat het opleggen van de HTL-maatregel in zijn specifieke situatie niet passend is. Eiser is namelijk getraumatiseerd en heeft ernstige psychische klachten waarvoor hij medicatie gebruikt en behandeling nodig heeft. Om die reden was hij eerder ook in de IBO te Schalkhaar geplaatst. In die periode ging het goed met hem, omdat hij goede begeleiding kreeg. Eiser was daar ook onder behandeling bij de transculturele psychiatrie van GGZ Dimence. Het is onduidelijk waarom hij daar vandaan is overgeplaatst en dus zijn behandeling werd onderbroken. Eiser stelt dat hij baat heeft gehad bij zijn verblijf in de IBO te Schalkhaar en dat daarom een terugplaatsing daar naartoe voor de hand lag. Om die reden had hij niet in de HTL in Hoogeveen geplaatst moeten worden.
Oordeel van de rechtbank
6. De beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het COa op goede gronden en voldoende gemotiveerd besloten tot plaatsing van eiser in de HTL. Het COa had niet hoeven kiezen voor een andere of lichtere maatregel, zoals het terugplaatsen in de IBO te Schalkhaar. Uit het verweerschrift blijkt immers dat tijdens eisers verblijf daar op vele manieren getracht is hem intensieve begeleiding te bieden, maar dat hij hier vaak niet op afspraken verscheen. Het verblijf in de IBO is ook van een beperkte duur. Een aanbod om vrijwillig naar het Centrum voor Transculturele Psychiatrie in Veldzicht te gaan heeft eiser geweigerd. Ook is gebleken dat eiser ook op de IBO veel incidenten heeft veroorzaakt. Hierbij betrekt de rechtbank eveneens dat de GZA heeft aangegeven dat er geen medische belemmeringen zijn voor overplaatsing van eiser naar de HTL.
6.1.
Nu bij eiser sprake is van een patroon van herhaald en ernstig overlast gevend gedrag en eerder opgelegde lichtere maatregelen en intensieve begeleiding niet hebben geleid tot gedragsverandering, is na het incident op 28 augustus 2025 met zeer grote impact op 27 februari 2026 terecht opnieuw gekozen voor plaatsing in de HTL. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep tegen het plaatsingsbesluit ongegrond verklaren.
Vrijheidsbeperkende maatregel
7. Het beroep tegen het plaatsingsbesluit is ongegrond. Omdat het beroep tegen het plaatsingsbesluit ongegrond is en de vrijheidsbeperkende maatregel volledig steunt op dat besluit, oordeelt de rechtbank dat het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel ook ongegrond moet worden verklaard en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.
Conclusie en gevolgen
8. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat het COa het besluit tot plaatsing in de HTL en de minister de vrijheidsbeperkende maatregel mochten nemen.
8.1.
Eisers verzoek om schadevergoeding wordt gezien het voorgaande afgewezen. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart de beroepen ongegrond.
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van
mr.M. Veenstra - van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Handhaving- en Toezichtlocatie.
2.Op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder h en i, en artikel 11, eerste lid van de Regelingen verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005.
3.Vreemdelingenwet 2000.