Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15412

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
NL26.23668
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening voor behoud werk tijdens bezwaarprocedure verblijfsvergunning

Verzoeker, van Nepalese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor verlenging van zijn gecombineerde vergunning voor arbeid en verblijf (GVVA). Deze aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen bij besluit van 10 maart 2026. Verzoeker maakte hiertegen bezwaar op 12 maart 2026 en verzocht op 24 april 2026 de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij gedurende de bezwaarprocedure mocht blijven werken bij zijn werkgever.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek zonder zitting. De minister gaf op 19 mei 2026 aan zich niet te verzetten tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening. Gezien dit standpunt besloot de voorzieningenrechter het verzoek toe te wijzen, waardoor verzoeker zijn werkzaamheden mag voortzetten totdat op het bezwaar is beslist.

Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934,- voor de rechtsbijstand en het griffierecht van € 200,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, verzoeker mag blijven werken tijdens bezwaarprocedure en minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.23668
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

geboren op [geboortedag] 1982, van Nepalese nationaliteit,
(gemachtigde: mr. E.C. Kaptein),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. T. Stelpstra).

Procesverloop

Bij besluit van 10 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker voor de verlenging van zijn verblijfsvergunning voor een gecombineerde vergunning voor arbeid en verblijf (GVVA) afgewezen.
Op 12 maart 2026 heeft verzoeker hiertegen bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft hij op 24 april 2026 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat verzoeker gedurende de bezwaarprocedure mag blijven werken bij zijn werkgever.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. [1]

Overwegingen

1. Op 19 mei 2026 heeft verweerder de rechtbank laten weten zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening.
2. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter het verzoek toewijzen. Dit betekent dat verzoeker mag blijven werken bij zijn werkgever totdat op zijn bezwaar is beslist.
3. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte kosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het bepaalde in het Bpb [2] voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt € 934,- en een wegingsfactor 1). Daarnaast moet verweerder het griffierecht aan verzoeker vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter,
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in die zin dat
verzoeker mag werken bij zijn werkgever totdat op zijn bezwaar is beslist;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van €200,- aan verzoeker moet vergoeden; en,
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 934,- te betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Moussaoui, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Hol, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:54, eerste lid, onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).
2.Besluit proceskosten bestuursrecht.