ECLI:NL:RBDHA:2026:15412
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor behoud werk tijdens bezwaarprocedure verblijfsvergunning
Verzoeker, van Nepalese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor verlenging van zijn gecombineerde vergunning voor arbeid en verblijf (GVVA). Deze aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen bij besluit van 10 maart 2026. Verzoeker maakte hiertegen bezwaar op 12 maart 2026 en verzocht op 24 april 2026 de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij gedurende de bezwaarprocedure mocht blijven werken bij zijn werkgever.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek zonder zitting. De minister gaf op 19 mei 2026 aan zich niet te verzetten tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening. Gezien dit standpunt besloot de voorzieningenrechter het verzoek toe te wijzen, waardoor verzoeker zijn werkzaamheden mag voortzetten totdat op het bezwaar is beslist.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934,- voor de rechtsbijstand en het griffierecht van € 200,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, verzoeker mag blijven werken tijdens bezwaarprocedure en minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.