ECLI:NL:RBDHA:2026:15410
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor behoud werk tijdens bezwaarprocedure GVVA-afwijzing
Verzoeker, een Nepalese nationaliteit, diende een aanvraag in voor verlenging van zijn gecombineerde vergunning voor arbeid en verblijf (GVVA). Deze aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen bij besluit van 16 maart 2026. Verzoeker maakte hiertegen bezwaar op 19 maart 2026 en verzocht op 24 april 2026 de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij gedurende de bezwaarprocedure mocht blijven werken bij zijn werkgever.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek zonder zitting. De minister stelde zich niet op tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening. Gezien dit standpunt besloot de voorzieningenrechter het verzoek toe te wijzen, waardoor verzoeker zijn werkzaamheden mag voortzetten totdat op het bezwaar is beslist.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934,- voor de beroepsmatige rechtsbijstand, en tot vergoeding van het griffierecht van € 200,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, verzoeker mag blijven werken tijdens bezwaarprocedure.