ECLI:NL:RBDHA:2026:15404
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijheidsontnemende maatregel grensdetentie en verzoek schadevergoeding
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, met tevens een verzoek om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld en vastgesteld dat eiseres één nacht in de lounge heeft verbleven, waarbij de aanwijzing op grond van artikel 4.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000 tijdig en voldoende gemotiveerd is gegeven.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van onnodig lang durende vrijheidsbeperking door toedoen van de overheid, zodat zij niet bevoegd is om over die vrijheidsbeperking te oordelen in deze procedure. Tevens is niet gebleken dat bijzondere individuele omstandigheden aanwezig zijn die de vrijheidsontnemende maatregel onevenredig bezwarend maken, ondanks dat eiseres bijzondere procedure waarborgen nodig had.
Het betoog dat de maatregel onrechtmatig is vanwege het verblijf in het Justitieel Complex Schiphol wordt verworpen, mede in afwachting van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.