Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 maart 2025 waarin NN en Ohra werden opgeroepen om te verschijnen voor de kantonrechter, met producties 1 tot en met 42;
- het antwoord in het incident van [eiseres] ;
- het vonnis van de kantonrechter van 19 augustus 2025 met zaaknummer 11616710 \ RL EXPL 25-5666 waarin de zaak is verwezen naar team Handel;
- de conclusie van antwoord in reconventie van [eiseres] , zonder producties;
- de akte overlegging producties 43 tot en met 47 van [eiseres] ;
- de aanvullende producties Y tot en met AD van NN;
- de spreekaantekeningen van mr. Gloudemans.
2.De feiten
[rechtbank: [eiseres] ]in Den Haag.
ter voorkoming van gemis huuropbrengst noteer ik € 1.000,00
gehad en heeft in die periode een beroep gedaan op beide buren.
Het gaat om 3 x €85,00 € 255,00
en accupunctuur toe PM
€ 437,50
- een bericht van de fysiotherapeut van de [eiseres] van 12 november 2019 waarin staat dat [eiseres] last heeft van spanningshoofdpijn, hypertonie nek- en rugmusculatuur, hersenschuddingsymptomen en orgaanklachten (darmen, nieren, lever, maag, milt), dat er whiplashklachten en orgaanklachten zijn ontstaan door een aanrijding, dat het doel is dat [eiseres] binnen 12 maanden klachtenvrij is en volledig herstel verwacht wordt;
- een bericht van dezelfde fysiotherapeut van 19 augustus 2020 waarin staat dat [eiseres] sinds 2 oktober 2019 onder behandeling is en dat haar klachten zijn begonnen na een auto-ongeval op 17 september 2019. De klachten bestaan uit: hoofdpijn, nekpijn, schouderpijn, rugpijn, duizeligheid en concentratiestoornissen. De klachten zijn constant aanwezig. De prognose is nog onduidelijk omdat de klachten chronisch geworden zijn;
- een bericht van de huisarts van [eiseres] van 25 september 2020 waarin over de voorgeschiedenis staat: “Sinds 2017 bekend met een HNP L5S1 links. Geen klachten meer na fysiotherapie in 2018. Na ongeval 17-09-2019 klachten volledig terug met uitstraling benen bdz.”.
- 17 september 2019 tot en met 31 augustus 2020 (€ 10.523,50),
- 1 september 2020 tot en met 19 februari 2021 (€ 3.175)
- 20 februari 2021 tot en met 12 september 2021 (€ 2.570) en
- 13 september 2021 tot en met 21 mei 2023 (€ 10.245). Het totaal komt daarmee – nog afgezien van de posten smartengeld en reiskosten die PM waren opgenomen – op € 26.513,50 (waarvan dan € 10.000 bevoorschot).
3.Het geschil
4.De beoordeling
vanwegedat ongeval wel (weer), dan staat het feit dat zij al door ASR betaald werd er op zich niet aan in de weg dat zij jegens NN aanspraak maakt op vergoeding. Bij de door NN te vergoeden schade komt het immers aan op een vergelijking van de situatie met het ongeval – en de daaruit voortvloeiende beperkingen en de financiële gevolgen van dien – en de hypothetische situatie zonder het ongeval. Die hypothetische situatie kan zijn: met geld van ASR maar zonder noemenswaardige beperkingen. Het is dan wel aan [eiseres] om dat goed te onderbouwen, zodat kan worden aangenomen dat daadwerkelijk sprake is van nieuwe en/of andere beperkingen. In conventie is al overwogen dat [eiseres] dat niet heeft gedaan en dat daarom niet kan worden vastgesteld dat zij door het ongeval van 2019 meer dan het al betaalde bedrag van € 10.000 aan schade heeft geleden Tegelijkertijd kan niet worden gezegd dat van het voorschot van € 10.000 een deel onverschuldigd is betaald. Het is namelijk evenmin voldoende duidelijk dat het bedrag van € 4.650 (volledig) ziet op schade die is veroorzaakt door het ongeval van 2016. De vordering van NN wordt daarom afgewezen.