ECLI:NL:RBDHA:2026:1537

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
SGR 24/7660
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 AwbArt. 29 ZiektewetArbeidstijdenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging Ziektewetuitkering ondanks bezwaren over medische beperkingen en vernevelen

Eiseres ontving vanaf 1 juni 2023 een Ziektewetuitkering, die per 2 juni 2024 werd beëindigd door verweerder. Eiseres betwistte deze beëindiging en voerde aan dat haar psychische en fysieke klachten, waaronder PTSS, COPD en hernia, onvoldoende waren meegewogen. Zij stelde dat de urenbeperking van 6 uur per dag onvoldoende rekening hield met haar noodzaak tot frequent vernevelen tijdens werktijd en haar beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren.

De rechtbank stelde vast dat de verzekeringsarts b&b de medische situatie zorgvuldig had heroverwogen, inclusief de door eiseres ingebrachte medische informatie. De verzekeringsarts achtte een urenbeperking van 6 uur per dag passend, waarbij rekening werd gehouden met twee tot drie vernevelsessies en psychische klachten. Verdere beperkingen in sociaal functioneren werden niet gerechtvaardigd geacht, mede omdat er geen aanwijzingen waren voor PTSS of een ernstig psychiatrisch beeld.

De arbeidsdeskundige b&b concludeerde dat de geduide functies, waaronder archiefmedewerker en productiemedewerker textiel, passend waren en dat flexibele werktijden mogelijk waren om vernevelsessies te accommoderen. De rechtbank verwierp het standpunt van eiseres dat de uren op de dag zelf flexibel aangepast moeten kunnen worden, aangezien dit niet haalbaar is volgens de arbeidstijdenwet en het ziektebeeld.

De rechtbank oordeelde dat het medische en arbeidsdeskundige oordeel voldoende gemotiveerd en zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was een deskundige te benoemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 2 juni 2024 bleef in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard en de uitkering per 2 juni 2024 beëindigd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/7660

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. F. Uzumcu),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. J.S. de Vreeze).

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van de uitkering die eiseres op grond van de Ziektewet (ZW) ontving. Eiseres is het niet eens met die beëindiging. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1
In het besluit van 6 juni 2023 is aan eiseres een ZW-uitkering toegekend met ingang van 1 juni 2023. Verweerder heeft deze ZW-uitkering in het besluit van 1 mei 2024 (het primaire besluit) per 2 juni 2024 beëindigd. Aan dit besluit liggen rapporten van de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige ten grondslag.
1.2.
In het besluit van 22 augustus 2024 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de beëindiging van de ZW-uitkering gebleven. Aan dit besluit liggen rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) en de arbeidsdeskundige b&b ten grondslag.
1.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.4.
Verweerder heeft verweerschriften ingediend.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 18 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Gronden van eiseres

2. Eiseres voert aan dat zij vanwege haar klachten en beperkingen niet geschikt is voor de geduide functies. Eiseres vindt het onbegrijpelijk dat er door verweerder geen medische informatie is ingewonnen bij haar behandelaars omdat zij onder behandeling is voor haar klachten. Zij heeft tijdens de bezwaarprocedure ook expliciet aangegeven dat informatie bij haar behandelaars opgevraagd kan worden. Verder heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met haar psychische klachten, waaronder stemmingsklachten, suïcidale gedachten en posttraumatische stressstoornis (PTSS). Vanwege psychische en lichamelijke klachten is sprake van een forse beperking in het persoonlijk en sociaal functioneren van eiseres, zoals bij zelfstandige taakuitvoering, het vasthouden van de aandacht, samenwerken en het omgaan met emoties. Eiseres is aangewezen op functies waarbij ze niet wordt aangesproken op haar functioneren door collega’s, zij heeft behoefte aan een voorspelbare werkomgeving zonder deadlines of hoog handelingstempo en zonder leidinggevende taken. Er is ook onvoldoende rekening gehouden met de concentratieproblemen van eiseres. Daarnaast zijn haar fysieke klachten ernstig. Door een hernia en COPD is eiseres beperkt voor tillen, dragen, duwen, trekken en traplopen. Ter onderbouwing hiervan heeft eiseres medische informatie ingediend. Eiseres ondergaat longrevalidatie en heeft daarvoor een vernevelaar die zij zeven keer per dag gedurende 30 minuten moet gebruiken. Hier moet zij tijdens werktijd de mogelijkheid voor hebben. In de geduide functies kan zij zich echter niet terugtrekken om te vernevelen. Het vernevelen kan niet van tevoren gepland worden omdat de ziekte van eiseres onvoorspelbaar is. Volgens de Arbeidstijdenwet hebben werknemers recht op 30 minuten pauze om te ontspannen en hun energieniveau te herstellen. Het vernevelen is echter zwaar en vermoeiend. Als eiseres haar volledige pauzes moet gebruiken voor het vernevelen, heeft zij geen tijd om te eten, drinken of ontspannen. Verder zijn de geduide functies niet passend bij haar belastbaarheid, opleidingsniveau, leervermogen en werkervaring.
2.1.
Op de zitting heeft eiseres benadrukt dat onvoldoende rekening is gehouden met het vernevelen. De urenbeperking van 6 uur per dag is gebaseerd op twee tot drie vernevelsessies. In de praktijk moet zij echter vaker vernevelen vanwege de inspanning waardoor de kans groter is dat zij een aanval krijgt. Er moet rekening gehouden worden met zes tot zeven keer vernevelen tijdens het werk in plaats van twee tot drie keer. Verder zijn de geduide functies op papier flexibel, maar de onvoorspelbaarheid van de medische klachten maakt het voor eiseres onmogelijk om de werkzaamheden uit te voeren. Eiseres kan niet bij de werkgever aangeven dat zij van 8 tot 10 uur wel kan werken, maar van 10 tot 11 uur niet omdat zij dan moet vernevelen. Flexibel betekent niet dat de uren op de dag zelf aangepast kunnen worden, maar dat het van te voren doorgegeven moet worden. Gelet op het ziektebeeld kan dit niet. Het standpunt van verweerder is te theoretisch en niet haalbaar in de praktijk. Eiseres verzoekt de rechtbank om de zaak terug te leggen bij verweerder en aan te geven dat rekening gehouden moet worden met zes tot zeven keer vernevelen tijdens werktijd of een deskundige te benoemen om haar klachten en arbeidsmogelijkheden te onderzoeken, waaronder het gestelde veelvuldig vernevelen.

Standpunt van verweerder

3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres per 2 juni 2024 geen recht meer heeft op een ZW-uitkering, omdat zij meer dan 65% kan verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank acht het aan de verzekeringsarts b&b om te beoordelen of hij nog meer medische informatie nodig heeft om de medische situatie van eiseres te beoordelen. De verzekeringsarts b&b heeft dat kennelijk niet nodig geacht. De rechtbank stelt vast dat eiseres tijdens de bezwaarprocedure medische informatie van haar behandelaars heeft ingediend bij verweerder. Deze informatie is kenbaar in de heroverweging van de verzekeringsarts b&b betrokken. Verder heeft eiseres ook tijdens de beroepsprocedure medische informatie ingediend waar door de verzekeringsarts b&b op is gereageerd. Uit het dossier blijkt bovendien dat eiseres op 9 april 2024 door de primaire verzekeringsarts op een spreekuur is gezien. In de bezwaarfase heeft op 11 juli 2024 een hoorzitting in aanwezigheid van de verzekeringsarts b&b plaatsgevonden. De rechtbank is van oordeel dat deze gang van zaken voldoende zorgvuldig is.
4.1.
De rechtbank is verder van oordeel dat de verzekeringsarts b&b deugdelijk heeft gemotiveerd dat met de beperkingen in de FML voldoende rekening wordt gehouden met de klachten van eiseres. Zo heeft de verzekeringsarts b&b een urenbeperking van 6 uur per dag aangenomen, omdat eiseres twee tot drie keer per dag tijdens werktijd moet vernevelen en ter recuperatie vanwege haar psychische klachten. Tijdens de beroepsprocedure heeft de verzekeringsarts b&b aanvullend hierover aangegeven dat deze urenbeperking in voldoende mate rekening houdt met het feit dat het vernevelen niet is in te plannen. Volgens de verzekeringsarts b&b kunnen verdergaande beperkingen in het persoonlijk en sociaal functioneren niet gerechtvaardigd worden door een lichte depressieve stoornis. Uit de medische informatie en de onderzoeken van de verzekeringsartsen is niet gebleken dat bij eiseres sprake is van PTSS. Volgens de verzekeringsarts b&b is er verder geen sprake van een ernstig psychiatrisch beeld met hallucinaties, uitgesproken traagheid in het denken of schade aan de hersenen, die reden kunnen zijn tot een beperking in de zelfstandige taakuitvoering of het vasthouden van de aandacht. In de FML is al rekening gehouden met een beperking ten aanzien van deadlines en productiepieken, hoog handelingstempo, conflicthantering, klachtcontacten en leidinggeven. In hetgeen eiseres heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om van het standpunt van de verzekeringsarts b&b af te wijken. Dat eiseres zes tot zeven keer tijdens werktijd zou moeten vernevelen vanwege inspanning wordt niet ondersteund door medische informatie. Omdat eiseres ook verder met de door haar ingebrachte medische informatie naar het oordeel van de rechtbank geen twijfel heeft gezaaid over de medische heroverweging van de verzekeringsarts b&b, ziet de rechtbank ook geen aanleiding om een deskundige te benoemen.
4.2.
Uit het voorgaande volgt dat het medische onderdeel van het bestreden besluit in stand kan blijven.
5. Uitgaande van de juistheid van de FML is er geen aanleiding om te oordelen dat de geduide functies niet passend zijn voor eiseres. Uit het rapport van de arbeidsdeskundige b&b volgt dat overleg is geweest met de arbeidsdeskundig analisten over de geduide functies en over de mogelijkheid om de werkuren flexibel over de dag in te kunnen zetten en/of de pauzetijden te verlengen om zo twee tot drie keer tijdens werktijd een half uur verneveltijd te kunnen hebben. In de functies archiefmedewerker met SBC-code 315132 en medewerker postverzorging met SBC-code 315140 kunnen medewerkers hun uren flexibel inzetten verspreid over meerdere dagen per week waardoor ze minder uren per dag werken of de te werken uren per dag anders verdelen. In de functie productiemedewerker textiel met SBC-code 272043 kunnen medewerkers hun uren spreiden over de week tussen 06:45 en 16:15 uur, zolang ze hun contracturen maar maken. De stelling van eiseres dat flexibel niet betekent dat de uren op de dag zelf aangepast kunnen worden maar dat de uren van te voren doorgegeven moet worden en dit gelet op het ziektebeeld niet kan, volgt de rechtbank dan ook niet. Dit betekent volgens de arbeidsdeskundige b&b dat de functies archiefmedewerker met SBC-code 315132, medewerker postverzorging met SBC-code 315140 en productiemedewerker textiel met SBC-code 272043 passend zijn. De eerder geduide functie archiefmedewerker met SBC-code 553020 is komen te vervallen omdat de werkgever vaste pauzetijden/werktijden hanteert. De overgebleven functies overschrijden de belastbaarheid van de neergelegde beperkingen in de FML niet. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het arbeidsdeskundige onderdeel van het bestreden besluit in stand kan blijven.

Conclusie en gevolgen

6. Uit het voorgaande volgt dat verweerder terecht heeft bepaald de ZW-uitkering die eiseres ontving te beëindigen per 2 juni 2024.
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meessen, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Klaus, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.