ECLI:NL:RBDHA:2026:15352

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
C/09/703186 / JE RK 26-611
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening ondertoezichtstelling wegens complex seksueel grensoverschrijdend gedrag minderjarige

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2012, die complex gedrag vertoont waaronder seksueel grensoverschrijdend gedrag jegens zijn zusje en een vriendje. Er zijn zorgen over zijn ontwikkeling, met kenmerken van ADHD, ASS, trauma en verstoorde hechting, en vermoedens van eigen slachtofferschap van seksueel misbruik door de stiefgrootvader.

De kinderrechter hield op 8 mei 2026 een zitting met gesloten deuren, waarbij de minderjarige, ouders, de Raad en de gecertificeerde instelling aanwezig waren. De ouders stemden in met het verzoek en werken nauw samen. De gecertificeerde instelling ondersteunt het gezin en zal onder meer toezicht houden wanneer de minderjarige alleen thuis is.

De kinderrechter oordeelde dat de voorwaarden voor ondertoezichtstelling zijn vervuld vanwege de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige. De hulpverlening wordt voortgezet en uitgebreid, met een jeugdbeschermer die de regie voert en de ouders ondersteunt. De beschikking is voor de duur van een jaar en is direct uitvoerbaar, met mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige voor een jaar met directe uitvoerbaarheid.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/703186 / JE RK 26-611
Datum uitspraak: 8 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats 1],
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats 2].
De kinderrechter merkt als informant aan:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam 1], namens de Raad;
  • [naam 2], namens de gecertificeerde instelling;
  • de moeder;
  • de vader.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren
2.
De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.2.
[minderjarige] woont bij zijn vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 februari 2026 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 12 mei 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De Raad maakt zich ernstige zorgen om de ontwikkeling van [minderjarige]. Het gedrag van [minderjarige] is als complex gekwalificeerd en de benodigde hulpverlening is, onder meer door doorverwijzingen en stagnatie, tot nu toe nog niet van de grond gekomen. Er zijn meerdere psychodiagnostische onderzoeken uitgevoerd waar kenmerken van ADHD, ASS, trauma en verstoorde hechting uit naar voren zijn gekomen. [minderjarige] laat sinds zeer jonge leeftijd seksueel grensoverschrijdend gedrag zien. Hij heeft zijn zusje en een vriendje seksueel misbruikt. Hiervan is aangifte gedaan. Daarnaast zijn er zorgen dat [minderjarige] mogelijk zelf slachtoffer is geweest van seksueel misbruik door de stiefgrootvader. Op korte termijn zal passende behandeling, gericht op seksueel grensoverschrijdend gedrag, bij [instantie 1] starten. Daarnaast vindt de Raad het van groot belang dat er zo spoedig mogelijk een persoonlijkheidsonderzoek wordt uitgevoerd. Er dient zicht te komen op het verloop van de algehele ontwikkeling van [minderjarige]. Daarbij dient duidelijkheid te komen over het niveau van zijn functioneren en moet specifiek aandacht zijn voor de seksuele ontwikkeling van [minderjarige] en het verloop daarvan. De Raad vindt het ook van belang dat onderzocht wordt of de eerder vastgestelde problematiek nog steeds speelt. Als laatst is het van belang zicht te krijgen of [minderjarige] zelf slachtoffer is geweest van seksueel misbruik. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek kan besloten worden welke gespecialiseerde hulpverlening moet worden ingezet. De Raad vindt het noodzakelijk dat daar een jeugdbeschermer bij betrokken wordt, die hierin de regie kan voeren en de ouders kan ondersteunen en ontlasten, zodat zij weer de ruimte krijgen om ‘ouders’ voor [minderjarige] en hun andere kinderen te zijn.

4.De standpunten

4.1.
Door de ouders is ingestemd met het verzochte. De ouders vinden de samenwerking met de gecertificeerde instelling prettig en helpend. Ze willen dat voor [minderjarige] de meest passende plek gevonden wordt zodat hij zich kan ontwikkelen.
4.2.
De gecertificeerde instelling onderschrijft de zorgen en het verzoek van de Raad. [instantie 2] zal binnenkort starten bij het gezin. Zij zullen bij [minderjarige] aanwezig zijn in de uren dat hij alleen thuis is en de ouders ondersteunen, onder andere door te fungeren als tussenpersoon. De gecertificeerde instelling benoemt als positief punt dat de ouders overal voor open staan, meedenken en overleggen. Ook zal door de gecertificeerde instelling worden bekeken welke woonplek uiteindelijk het meest passend is voor [minderjarige] en zijn problematiek.
5.
De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1]
5.2.
[minderjarige] wordt ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. [minderjarige] laat zeer complex gedrag zien, heeft moeite met het reguleren van zijn emoties en prikkels en vindt het lastig om grenzen te accepteren. Daarnaast laat [minderjarige] grensoverschrijdend seksueel gedrag zien, waarvan zijn zusje en een vriendje het slachtoffer zijn geworden. Hiervan is aangifte gedaan bij de politie. Daarnaast zijn er zorgen dat [minderjarige] zelf ook slachtoffer is geworden van seksueel misbruik door de stiefgrootvader. Ook hiervan is aangifte gedaan bij de politie. De zorg voor [minderjarige] is zwaar voor de ouders. De ouders werken, ondanks de scheiding, nauw met elkaar samen en hebben laten zien dat zij in staat zijn om te handelen in het belang van [minderjarige]. Door de Raad is aangeven dat het belangrijk is dat de ouders een stap terug kunnen zetten en weer ‘ouders’ kunnen zijn voor [minderjarige] in plaats van alsmaar bezig te zijn met het regelen van hulpverlening. De kinderrechter onderschrijft dit en ziet dat de ouders de afgelopen jaren nauw betrokken zijn geweest bij de verschillende vormen van mogelijke hulpverlening. De kinderrechter acht het dan ook van belang dat zij ondersteund zullen worden door een jeugdbeschermer, die hierover de regie kan voeren.. [minderjarige] kan binnenkort starten met zijn hulpverleningstraject bij [instantie 1] en zal thuis ondersteuning krijgen vanuit [instantie 2]. Voor de andere leden van het gezin zal tegelijkertijd een hulpverleningstraject bij [instantie 3] worden ingezet. Ook zal de jeugdbeschermer bekijken welke woonplek uiteindelijk voor hem het meest geschikt en ook beschikbaar is.
5.3.
Gelet op het voornoemde stelt de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 8 mei 2026 tot 8 mei 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 18 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.