Uitspraak
Gezag, hoofdverblijfplaats en de omgangs- c.q. zorgregeling
Beschikking op het op 26 april 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het rapport en advies van de Raad voor de Kinderbescherming in ’s-Gravenhage (hierna te noemen: de raad) van 27 januari 2026, kenmerk SK-1-66PSKV4;
- het bericht van 2 april 2026 namens de vader.
Beoordeling
- de hoofverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de vader te formaliseren;
- geen zorgregeling vast te stellen voor de kinderen;
- hoogste prioriteit te geven aan herstellen contact tussen de zussen;
- als [minderjarige 2] bereid is contact met de vader dit begeleid en gefaseerd op te bouwen, maar hiervoor moet eerst een hulpverleningstraject worden ingezet;
- geen contactherstel tussen [minderjarige 1] en de moeder;
- de ouders elkaar te laten informeren over de kinderen (ook al is informatieregeling niet gevraagd);
- hulpverlening opstarten waarbij de ouders naar ouderschapsbemiddeling, Parallel Solo Ouderschap (PSO), gaan met persoonlijke begeleiding vanuit PSO voor de kinderen en hulpverlening voor [minderjarige 2] te starten voor het neutraliseren beeld van ouders en op termijn kijken of er ruimte gecreëerd kan worden voor contactherstel met vader;
- de beslissing aan te houden voor 9 maanden.
Beslissing
- iedere zaterdag van 10:00 uur tot 11:00 uur in [het winkelcentrum] , waarbij de vader [minderjarige 1] haalt en brengt en de moeder [minderjarige 2] haalt en brengt;
- iedere woensdag telefonisch om 18:00 uur, waarbij [minderjarige 1] de moeder belt en de moeder direct de telefoon aan [minderjarige 2] geeft;
- en zodra daarvoor de draagkracht bestaat, te bepalen in overleg tussen de ouders:
- de ene week van vrijdag uit school tot zondagavond 19.00 uur bij de moeder zijn;
- de andere week van vrijdag uit school tot zondagavond 19.00 uur bij de vader zijn.