De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor het aanmelden van haar kinderen voor een dyslexieonderzoek en persoonlijkheidsonderzoek, alsmede voor inschrijving bij passend onderwijs. De ouders oefenden gezamenlijk gezag uit, maar de vader was onbereikbaar en gaf geen toestemming.
De rechtbank nam kennis van de stukken en hoorde de moeder en de Raad voor de Kinderbescherming. De vader was, ondanks oproeping, niet verschenen en voerde geen verweer. Uit de stukken bleek dat de scholen van de kinderen de onderzoeken hadden aanbevolen en dat er sterke aanwijzingen waren voor dyslexie bij de jongste.
De rechtbank oordeelde dat het in het belang van de kinderen was om de verzoeken van de moeder toe te wijzen. De moeder kreeg vervangende toestemming om de onderzoeken te laten uitvoeren en de inschrijving bij passend onderwijs te regelen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.