ECLI:NL:RBDHA:2026:15243
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verdeling zorg- en opvoedingstaken na ouderschapsbemiddelingstraject mislukt
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van twee minderjarige kinderen na het mislukken van een ouderschapsbemiddelingstraject. De vader had contact gezocht met de rechtbank omdat de moeder zich niet had aangemeld bij de bemiddelingsinstantie, wat door de vader werd ondersteund met correspondentie van Jeugdformaat. De moeder stelde dat de kinderen geen contact wilden met de vader, maar stond open voor een ander hulptraject.
Tijdens de zitting waren beide ouders, hun advocaten, een tolk, een begeleider en een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. De Raad adviseerde geen nieuw traject te starten, maar juist snel afspraken te maken om het contact te herstellen. De rechtbank constateerde dat het contact tussen de vader en de kinderen weliswaar plaatsvond, maar dat de kinderen hierover tegenstrijdige verklaringen gaven.
De ouders kwamen met hulp van de Raad en hun advocaten tot een zorgregeling: [de minderjarige 1] verblijft wekelijks van zondagmiddag tot dinsdagavond bij de vader, en [de minderjarige 2] van zondagmiddag tot zondagavond. De vader is verantwoordelijk voor het halen en brengen. De regeling wordt na zes maanden geëvalueerd. De rechtbank sprak ook een kindbrief uit waarin de kinderrechter aan de kinderen uitlegde waarom de regeling werd vastgesteld, ondanks hun wensen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank stelt een zorgregeling vast waarbij de minderjarigen wekelijks bij de vader verblijven en bepaalt dat de regeling na zes maanden wordt geëvalueerd.