ECLI:NL:RBDHA:2026:15215

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
6 juni 2026
Zaaknummer
C/09/701932 / FA RK 26-2862
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorzieningen bij echtscheiding met birdnesting en alimentatie

Partijen zijn gehuwd en hebben twee kinderen, waarvan zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. De vrouw verzoekt om een birdnestingregeling waarbij zij en de man om en om de echtelijke woning gebruiken, gekoppeld aan een zorgregeling voor de kinderen en voorlopige alimentatiebetalingen.

De man verzet zich tegen birdnesting en verzoekt primair gezamenlijk gebruik van de woning, subsidiair uitsluitend gebruik voor hem. De rechtbank oordeelt dat gezamenlijk verblijf niet van partijen kan worden verlangd vanwege spanningen en negatieve effecten op de kinderen. Toewijzing van uitsluitend gebruik aan de man zou het contact tussen moeder en kinderen verder schaden.

De rechtbank stelt daarom een birdnestingregeling in waarbij partijen om en om de woning gebruiken, met wisseling op woensdagavond om 20.00 uur. De man krijgt de tijd om zijn verblijf elders te regelen. De man moet vanaf 13 mei 2026 een voorlopige kinderalimentatie van €231 per maand betalen. Partneralimentatie wordt afgewezen wegens gebrek aan draagkracht. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank stelt een birdnestingregeling in met wisseling op woensdagavond en legt de man een voorlopige kinderalimentatie van €231 per maand op.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2862
Zaaknummer: C/09/701932
Datum beschikking: 6 mei 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 23 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Deij te Woerden .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. van Pelt-de Jong te Bodegraven.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens verzoekschrift;
- het F9-formulier van 21 april 2026 van de zijde van de vrouw, met bijlagen;
- het F9-formulier van 22 april 2026 van de zijde van de man, met bijlage.
De [minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek. De [jongmeerderjarige] heeft aangegeven ook met de kinderrechter te willen praten. De kinderrechter heeft met hem gesproken en beschouwt hem als informant.
Op 22 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw en de man, bijgestaan door hun advocaten. Namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) is verschenen [naam].

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd op [datum] 2005;
  • Zij zijn de ouders van de volgende kinderen:
o de [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats 1] ;
o de [jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats 2] ;
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag uit over [minderjarige] .

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
- de vrouw de ene week en de man de andere week gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [plaats] , aan de [adres] , zijnde de week waarin de vrouw respectievelijk de man de zorg heeft voor [minderjarige] , waarbij wordt gewisseld op vrijdag na schooltijd en met het bevel dat de vrouw respectievelijk de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van het minderjarige kind van partijen wordt vastgesteld, inhoudende dat [minderjarige] voorlopig de ene week bij de vrouw zal verblijven en de andere week bij de man, waarbij het wisselmoment plaatsvindt op vrijdagmiddag na schooltijd;
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 950,- per maand wordt vastgesteld, met ingang van 1 april 2026, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 30,- per maand wordt vastgesteld, met ingang van 1 april 2026, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Tevens verzoekt de man zelfstandig:
-voorwaardelijk, te weten indien en voor zover de rechtbank van oordeel is dat het niet in het belang van de kinderen en partijen is om de huidige situatie te continueren, te bepalen dat de man bij uitsluiting van de vrouw gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de woning aan het adres [adres] te [plaats] , met bevel aan de vrouw om de woning te verlaten en niet meer te betreden;
- voorwaardelijk, te weten indien en voor zover de rechtbank van oordeel is dat het niet in het belang van de kinderen en partijen is om de huidige situatie te continueren, te bepalen dat [minderjarige] aan de man wordt toevertrouwd;
- voorwaardelijk, te weten indien en voor zover de rechtbank van oordeel is dat het niet in het belang van de kinderen en partijen is om de huidige situatie te continueren, te bepalen dat partijen in onderling overleg met de kinderen tot een voorlopige verdeling van de zorg voor de kinderen zullen komen.
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Uitsluitend gebruik echtelijke woning
De vrouw verzoekt te bepalen dat partijen om en om in de woning zullen verblijven, een zogenoemde birdnesting constructie. De man verzet zich hiertegen en voert primair aan dat zijn wens is dat partijen samen in de voormalige echtelijke woning verblijven. Subsidiair, indien de rechtbank van oordeel is dat partijen niet samen in de woning kunnen verblijven, verzoekt te man te bepalen dat het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hem zal toekomen.
De rechtbank dient allereerst te beoordelen of van partijen kan worden gevergd dat zij samen in de echtelijke woning blijven wonen gedurende de echtscheidingsprocedure. De rechtbank is van oordeel dat dit niet van partijen kan worden gevraagd. Gebleken is dat de vrouw inmiddels (slaap)medicatie gebruikt vanwege alle spanningen. Zij geeft aan zich in de woning buitengesloten en onveilig te voelen en zij is daarom ook veel weg. [jongmeerderjarige] heeft aangegeven dat het ongemakkelijk is thuis wanneer een ouder thuis is en de andere ouder thuis komt. De binnenkomende ouder begroet dan de kinderen maar niet de andere ouder. Beide kinderen hebben verteld dat zij vooral hun vader spreken en dat het contact met hun moeder minder is geworden. Hun moeder is weinig thuis en er is weinig gelegenheid elkaar te spreken. [minderjarige] mist zijn moeder. Uit de overgelegde stukken en wat op de zitting is besproken, is gebleken dat de vrouw op dit moment veel van huis is om de spanning te ontlopen. De rechtbank stelt vast dat het contact tussen de moeder en de kinderen daar onder lijdt. De rechtbank kan ook niet anders dan aannemen dat de spanningen tussen de ouders op de momenten dat zij wel beiden in de woning verblijven, een negatieve invloed hebben op de kinderen. De rechtbank is daarom van oordeel dat het niet in het belang van de kinderen en ook niet van partijen is dat partijen samen in de echtelijke woning moeten verblijven.
Vervolgens dient de rechtbank het verzoek van de man tot uitsluitend gebruik van de echtelijke woning af te wegen tegen het verzoek tot birdnesting van de vrouw. Zoals hierboven beschreven is door de huidige situatie de band tussen de vrouw en de kinderen verslechterd. Indien het verzoek van de man tot uitsluitend gebruik van de echtelijke woning wordt toegewezen, is de kans aanzienlijk dat de band tussen de vrouw en de kinderen verder verslechtert. De vrouw heeft aangegeven financieel geen andere optie te hebben dan bij haar ouders te verblijven, waar de kinderen niet kunnen overnachten. Zij kunnen er alleen overdag op bezoek komen. Gelet op het feit dat de kinderen al jaren geen contact hebben met de ouders van de vrouw, is er een groot risico dat de kinderen daar geen behoefte aan hebben en daarmee ook hun moeder gedurende langere periodes niet zullen zien. Bij toewijzing van het verzoek van de man komt het contact tussen de vrouw en de kinderen naar verwachting dan ook zwaar onder druk te staan. De rechtbank houdt in haar beoordeling ook rekening met de leeftijd van de kinderen en het feit dat zij de echtelijke woning als hun veilige thuisbasis zien. Dit is de plek waar zij op terugvallen, waar al hun spullen zijn en vanuit waar zij uitvliegen. Contact met hun moeder zal, naar verwachting van de rechtbank, dientengevolge ten hoogste bestaan uit (korte) bezoekjes, wat de rechtbank niet in hun belang acht. Dit alles in achtgenomen maakt dat de rechtbank het verzoek van de man zal afwijzen.
Tot slot resteert het verzoek van de vrouw tot birdnesting. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de hiervoor geschetste omstandigheden, dit wellicht niet de ideale, maar wel de beste oplossing is. De kinderen blijven dan immers in de echtelijke woning en partijen wisselen af wie er elke week met de kinderen in de woning verblijft. Op de zitting is door de man aangevoerd dat hij fysiek zwaar werk verricht. De rechtbank houdt rekening met de marktdagen van de man en zal daarom bepalen dat het wisselmoment op de woensdagavond om 20.00 uur zal plaatsvinden. Op deze manier zal de man nooit drie keer achter elkaar vanuit zijn tijdelijk verblijf hoeven te vertrekken naar de markt. Op de zitting is door de man aangevoerd dat hij, als birdnesting wordt opgelegd, in de caravan zal moeten verblijven, waar hij niet zo goed slaapt als thuis. De rechtbank acht het invoelbaar dat de man niet in de caravan wil verblijven, maar laat de keuze voor de plaats waar hij overnacht bij de man. De rechtbank acht het daarbij redelijk dat de man (kort) de tijd krijgt om iets te regelen voor zijn verblijf voor de weken dat de vrouw in de echtelijke woning is. De rechtbank zal daarom bepalen dat de birdnestregeling niet per direct, maar per 13 mei 2026 om 20.00 uur zal ingaan, waarbij de vrouw vanaf dan tot de daaropvolgende woensdag in de echtelijke woning zal verblijven. Het voorstel van de man om alleen in de weekenden te birdnesten en om door de weeks gezamenlijk, al dan niet met strikte afspraken, in de echtelijke woning te verblijven, ziet de rechtbank niet als een geschikte oplossing. De rechtbank verwijst hierbij naar haar overwegingen hierboven over een gezamenlijk verblijf in de echtelijke woning.
Toevertrouwing en zorgregeling
De man verzoekt, indien de rechtbank van oordeel is dat partijen niet langer samen in de echtelijke woning kunnen verblijven, te bepalen dat [minderjarige] aan hem wordt toevertrouwd en dat partijen in onderling overleg met [minderjarige] afspraken maken over een zorgregeling. Gelet op de hiervoor vastgestelde birdnestregeling zijn de toevertrouwing en zorgregeling niet aan de orde. Beide verzoeken van de man zullen daarom worden afgewezen.
Alimentatie
Vooraf
Gebleken is dat partijen recent nog afspraken hebben gemaakt over de verdeling van de vaste lasten gedurende de echtscheidingsprocedure. Aangezien de omstandigheden gaan veranderen nu partijen niet meer samen in de echtelijke woning gaan verblijven, zal de rechtbank de vrouw ontvangen in haar verzoeken om een voorlopige onderhoudsbijdrage voor zichzelf en een bijdrage in de kosten van de verzorging van [minderjarige] . Bij de beoordeling van de verzoeken stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.

Kinderalimentatie

Behoefte
Partijen zijn het erover eens dat de behoefte van [minderjarige] € 763,- per maand bedraagt. De rechtbank zal in haar berekening uitgaan van dit bedrag.
Draagkracht man
Partijen zijn het er ook over eens dat de draagkracht van de man in het kader van deze procedure kan worden berekend aan de hand van een (te verwachten) winst uit onderneming van € 80.000,- per jaar. Partijen verschillen van mening of rekening moet worden gehouden met het woonforfait of met de werkelijke woonlasten. Partijen zijn het erover eens dat de werkelijke woonlasten € 2.992,- per maand bedragen. De rechtbank gaat ervan uit dat de man deze kosten, ondanks de gewijzigde woonsituatie, nog steeds voor zijn rekening zal nemen. Gelet hierop ziet de rechtbank aanleiding om te rekenen met de werkelijke woonlasten.
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen, berekent de rechtbank het NBI van de man op € 4.617,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening. Omdat het NBI van de man hoger is dan € 2.200,- en de rechtbank rekening houdt met de werkelijke woonlasten, zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht de formule 70% x [NBI – (€ 2.992,- + € 1.365,-)] gebruiken. De draagkracht van de man bedraagt dan € 231,- per maand.
De rechtbank merkt nog op dat zij rekent met de fictieve situatie dat [minderjarige] aan de man wordt toevertrouwd nu de man de beste armslag heeft om de verblijfsoverstijgende kosten te dragen. Aangezien partijen voorlopig allebei nog in de echtelijke woning zullen verblijven en ook ingeschreven blijven, houdt de rechtbank in haar berekening geen rekening met het kindgebonden budget.
Draagkracht vrouw
Partijen verschillen van mening over de draagkracht van de vrouw. De man voert aan dat rekening moet worden gehouden met een verdiencapaciteit. Zoals eerder overwogen, wordt in het kader van de voorlopige voorzieningen procedure zoveel als mogelijk aangesloten bij de actuele situatie van partijen. De vraag of rekening moet worden gehouden met een verdiencapaciteit aan de kant van de vrouw bij het berekenen van een voorlopige kinderalimentatie, vergt nader onderzoek waarvoor in deze voorlopige voorzieningenprocedure geen ruimte is. De rechtbank gaat daarom voorbij aan de stelling van de man op dit punt. De rechtbank merkt daarbij nadrukkelijk op dat in de bodemprocedure de kinderalimentatie definitief kan worden berekend en vastgesteld, waarbij de verdiencapaciteit van de vrouw één van de factoren is waarmee rekening zou kunnen worden gehouden.
De rechtbank zal derhalve rekenen met een inkomen van € 1.314,87 bruto per maand, zoals blijkt uit de door de man overgelegde loonstrook van februari 2026 van de vrouw. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met een pensioenpremie van € 125,41 per maand.
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen, berekent de rechtbank het NBI van de vrouw op € 1.267,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening. Bij een NBI tot € 1.950,- per maand geldt volgens de draagkrachttabel (2026) een minimale draagkracht van € 25,- per maand voor één kind. De rechtbank zal daarom deze draagkracht voor de vrouw in aanmerking nemen.
Gezamenlijke draagkracht en zorgkorting
De draagkracht van partijen bedraagt gezamenlijk € 256,- per maand (€ 231,- + € 25,-). Dit is onvoldoende om volledig in de behoefte van [minderjarige] te voorzien. De rechtbank komt daarom niet toe aan een draagkrachtvergelijking. Er is sprake van een tekort van € 507,- per maand.
Omdat sprake is van een tekort en dit tekort ten minste twee keer zo groot is als de zorgkorting, vervalt de zorgkorting. Partijen zullen daarom maximaal, naar hun draagkracht, moeten bijdragen in de behoefte van [minderjarige] .
Het aandeel van de man in de kosten van [minderjarige] is dus gelijk aan zijn draagkracht, te weten € 231,- per maand.
Conclusie
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal de rechtbank bepalen dat de man met ingang van 13 mei 2026, zijnde de datum dat de birdnestregeling ingaat, een bedrag van € 231,- per maand aan de vrouw zal voldoen ten behoeve van [minderjarige] .

Partneralimentatie

Omdat partijen al onvoldoende draagkracht hebben om volledig in de behoefte van hun kind te voorzien, zal de rechtbank het verzoek tot vaststelling van een partneralimentatie wegens gebrek aan draagkracht afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat de vrouw met ingang van 13 mei 2026 de ene week en de man de andere week bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres] te [plaats] , zijnde de week waarin de man respectievelijk de vrouw de zorg heeft voor de kinderen, waarbij wordt gewisseld op woensdagavond om 20.00 uur en beveelt mitsdien dat de man respectievelijk de vrouw die week de woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 13 mei 2026 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats 1] , (bij co-ouderschap eventueel:
medeverzorgt en opvoedt)van € 231,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 mei 2026.