Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15191

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
6 juni 2026
Zaaknummer
C/09/700678 / FA RK 26-2136
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor vakantie met minderjarige naar buitenland

De ouders zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit over hun minderjarige kind, dat bij de moeder woont. De vader verzoekt vervangende toestemming om met het kind in de zomervakantie naar het buitenland te reizen, omdat de moeder geen toestemming geeft uit vrees voor kinderontvoering.

De moeder voert aan dat er een reëel risico bestaat op achterhouding van het kind in het buitenland en twijfelt aan de verantwoordelijkheid van de vader. De vader ontkent deze risico's en benadrukt zijn binding met Nederland en het belang van het kind om haar culturele achtergrond te leren kennen.

De rechtbank oordeelt dat onvoldoende concrete aanwijzingen zijn voor een reëel risico op kinderontvoering. Het belang van het kind bij contact met de vader en het leren kennen van haar cultuur weegt zwaar. De rechtbank verleent daarom vervangende toestemming voor de reis, met voorwaarden zoals het tijdig verstrekken van een vakantieplan en videobelcontact tussen moeder en kind.

Veiligheidsmaatregelen zoals een tracker of telefoonplicht worden afgewezen als disproportioneel. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de moeder wordt afgewezen in haar aanvullende verzoeken.

Uitkomst: De rechtbank verleent de vader vervangende toestemming om met de minderjarige in de zomervakantie naar het buitenland te reizen, met voorwaarden voor communicatie en informatievoorziening.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2136
Zaaknummer: C/09/700678
Datum beschikking: 6 mei 2026

Vervangende toestemming vakantie

Beschikking op het op 3 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.M. van Wijk te Delft.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.L. Weterings te Oegstgeest.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 16 maar 2026 van de zijde van de vader, met bijlage;
  • het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek;
  • het F9-formulier van 8 april 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen.
De minderjarige [de minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over de verzoeken.
Op 8 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld door een tolk K. Kaoyuncu.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van 2018 tot 2025.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
- [de minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de moeder.
- De vader heeft de Chinese nationaliteit. De moeder en [de minderjarige] hebben de Poolse nationaliteit.
- Bij beschikking van 1 december 2025 van deze rechtbank is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken. Daarbij is – voor zover hier van belang – bepaald dat het ouderschapsplan deel uitmaakt van die beschikking.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt aan hem vervangende toestemming te verlenen – welke de toestemming die van de moeder vervangt – om met [de minderjarige] in de periode van 25 juli 2026 tot 15 augustus 2026 naar [land] te reizen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de moeder zelfstandig verzocht te bepalen dat:
- de vader [de minderjarige] , zolang zij minderjarig is, enkel binnen vooraf af te stemmen vakantiereizen of tijdelijke verblijven buiten de Nederlandse grens, doch binnen de Europese Unie zal mogen meenemen, waarbij hij het paspoort tijdig zal afgeven aan de moeder en de moeder de ID kaart van [de minderjarige] tijdig aan de vader zal overleggen alsmede dat de vader uiterlijk twee weken voor aanvang van een vakantie met [de minderjarige] , het verblijfadres, de vlieg-, bus-, treintickets (heen- en terugreis) of autohuurbewijs, een vakantieplan en het telefoonnummer van de vader en het verblijfsadres dient te overleggen. Waarbij de vader een ondertekende garantstelling overlegt, waarin de vader bevestigt dat hij [de minderjarige] terugbrengt na de afgesproken vakantieperiode. Daarbij zal de vader dulden dat [de minderjarige] ten allen tijde een telefoon bij zich heeft dan wel een tracker op zich heeft en er om de dag videobelcontact is tussen de moeder en [de minderjarige] ;
althans zodanige beslissing te nemen die de rechtbank zal vermenen te behoren, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens;
Voor zover de door de vader verzochte toestemming voor de reis naar [land] wel zal worden verleend, heeft de moeder daarnaast verzocht om te bepalen dat:
- de man uiterlijk twee weken voor aanvang van een vakantie met de minderjarige, het verblijfadres, de vlieg-, bus-, treintickets (heen- en terugreis) of autohuurbewijs, een vakantieplan en het telefoonnummer van de man en het verblijfsadres dient te overleggen. Waarbij de man een ondertekende garantstelling en nog te bepalen borgsom overlegt, waarin de man bevestigt dat hij de minderjarige terugbrengt na de afgesproken vakantieperiode. En daarbij zal dulden dat de minderjarige ten allen tijde een telefoon bij zich hebben dan wel een tracker op zich heeft en er om de dag videobelcontact is tussen de minderjarige en de vrouw
De vader heeft verweer gevoerd tegen de zelfstandige verzoeken van de moeder, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
De gewone verblijfplaats van [de minderjarige] is in Nederland. De Nederlandse rechter is daarom bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken.
Vervangende toestemming vakantie
- wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen daaromtrent op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. Omdat tijdens de mondelinge behandeling een schikking op de voet van het vijfde lid van dat wetsartikel tussen de ouders onmogelijk is gebleken, zal de rechtbank een beslissing nemen die haar in het belang van [de minderjarige] wenselijk voorkomt.
- standpunten vader
De vader wenst in de zomervakantie van 25 juli 2026 tot 15 augustus 2026 met [de minderjarige] naar [plaats] ( [land] ) re reizen. Voor de vader is het van belang dat hij elk jaar gedurende vier weken met [de minderjarige] naar [land] kan reizen. Op deze manier kan zij haar familie die daar woont bezoeken en een band met hen opbouwen. Ook komt zij hierdoor in aanraking met de [cultuur] , hetgeen onderdeel is van haar identiteit. Omdat de moeder bang is dat de vader [de minderjarige] niet meer mee terug zal nemen naar Nederland, heeft zij hier geen regeling voor willen treffen in het ouderschapsplan. De vader heeft echter niet de wens om zich in [land] te vestigen, omdat hij vanwege zijn werk gebonden is aan Nederland. Ook heeft hij zijn sociale leven hier opgebouwd. De angst van de moeder is dan ook niet reëel en ongefundeerd. Daarnaast heeft de vader de moeder aangeboden dat zij de eerste (paar) keer mee kan gaan naar [land] . De moeder heeft op dit voorstel niet inhoudelijk gereageerd. Wel heeft zij via haar advocaat laten weten dat er te weinig vertrouwen bij haar is om toestemming te geven voor een reis naar [land] en dat zij op dit moment alleen kan instemmen met een vakantie in Nederland. Omdat de moeder geen toestemming wil geven voor de reis naar [land] , verzoekt de vader hiervoor vervangende toestemming te verlenen.
- standpunten moeder
De moeder voert verweer. Allereerst bestaat er volgens de moeder een gegronde vrees voor kinderontvoering. Tijdens de relatie heeft de vader meermaals uitlatingen gedaan die kunnen wijzen op een achterhouding van [de minderjarige] in [land] . Ook is de vader, anders dan hij stelt, niet duurzaam financieel gebonden aan Nederland. Zijn bedrijf is pas recent opgestart en het heeft nog geen duidelijk toekomstbeeld. Daarnaast heeft de moeder niet alleen zorgen over [de minderjarige] , maar ook over de mate van verantwoordelijkheid die de vader neemt ten aanzien van [de minderjarige] . Zo heeft de vader [de minderjarige] wel eens alleen thuis gelaten, komt hij de zorgregeling niet consistent na en onthoudt hij het contact tussen de moeder en [de minderjarige] als zij bij de vader is. Verder laat [de minderjarige] volgens de moeder merken dat zij opziet tegen het contact met de vader. Zij wil niet langer dan twee nachten bij de vader verblijven. Ook heeft [de minderjarige] tegen de moeder gezegd dat zij niet met de vader naar [land] op vakantie wil. Gelet op het voorgaande is de moeder van mening dat een reis naar [land] , zoals door de vader verzocht, niet in het belang van [de minderjarige] is.
- inhoudelijke beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt. Het is in het belang van [de minderjarige] om met haar vader op vakantie te gaan naar [land] . Zij heeft namelijk recht op contact met haar vader en dat contact bestaat – onder meer – uit vakanties. Daarnaast heeft [de minderjarige] er recht op en belang bij om haar culturele achtergrond en Chinese familie te leren kennen. Uitganspunt van de rechtbank is daarom dat de vader met [de minderjarige] naar [land] mag reizen.
Door de moeder is aangevoerd dat zij bang is voor een kinderontvoering. De rechtbank ziet echter onvoldoende concrete aanwijzingen die maken dat er sprake is van een reëel risico op een kinderontvoering. De vader woont immers al een aantal jaar in Nederland en heeft hier zijn werk en sociale contacten opgebouwd. Dat de vader uitlatingen heeft gedaan die kunnen wijzen op een ontvoering is niet vast komen te staan.
Verder heeft de moeder aangevoerd dat zij geen vertrouwen heeft in de (opvoedvaardigheden van de) vader en dat [de minderjarige] zorgelijk gedrag laat zien nadat zij bij haar vader is geweest. De vader heeft dat betwist en stelt dat [de minderjarige] het juist bij hem naar zijn zin heeft. De rechtbank stelt vast dat de communicatie tussen de ouders buitengewoon stroef verloopt en dat zij allebei een verschillende visie hebben op het ouderschap en de opvoeding van [de minderjarige] . Dat maakt naar het oordeel van de rechtbank echter niet dat een vakantie met de vader niet in het belang van [de minderjarige] is. Daar komt bij dat, zoals door de ouders op de zitting is toegelicht, zij inmiddels hulp hebben gezocht in de vorm van scheidingshulp, RondOmJou en het programma Dappere Dino’s. De rechtbank gaat er in dat kader vanuit dat de ouders de ‘commitment’ die zij daarvoor op de zitting hebben uitgesproken zullen blijven tonen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de vader vervangende toestemming verlenen, die de toestemming van de moeder vervangt, om met [de minderjarige] naar [land] te reizen.
Daarnaast heeft de rechtbank op de zitting met de ouders gesproken over de duur van de vakantie, waar de vervangende toestemming mede op ziet. In dat kader overweegt de rechtbank als volgt. De vader stelt dat de ouders in onderling overleg hebben afgesproken dat [de minderjarige] in de zomervakantie van 25 juli 2026 tot zaterdag 15 augustus 2026 bij de vader verblijft. De moeder heeft deze afspraak niet betwist. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de moeder ermee akkoord is dat [de minderjarige] in die periode bij de vader verblijft – alleen niet dat hij met haar naar [land] reist. Daarnaast is op de zitting gebleken dat [de minderjarige] al vaker met de vader op vakantie is geweest in Nederland. Zo zijn zij een keer een paar dagen naar het oosten van Nederland op vakantie geweest. De ouders zijn het dus eens over de duur van het verblijf van [de minderjarige] bij de vader en zij heeft al eerder bij hem overnacht, en ook al vor langere tjd. Tegen die achtergrond ziet de rechtbank geen aanleiding om in het belang van [de minderjarige] de duur van de reis in te korten.
Concluderend zal de rechtbank de vader vervangende toestemming verlenen, die de toestemming van de moeder vervangt, om in de periode van 25 juli 2026 tot 15 augustus 2026 met [de minderjarige] naar [land] te reizen. Daarbij bepaalt de rechtbank, zoals door de moeder verzocht, dat de vader – in ieder geval twee weken voorafgaand aan voornoemde reis – een vakantieplan aan de moeder zal toesturen, waarin – onder meer – het volgende staat opgenomen: de vluchtgegevens, op welk adres zij wanneer zullen verblijven, wat de (globale) invulling van de vakantie is en op welk telefoonnummer de vader bereikbaar is. Ook zal de rechtbank bepalen dat [de minderjarige] gedurende de periode dat zij met de vader in [land] is om de dag met de moeder (video)belt, waarbij de ouders in onderling overleg zullen bepalen op welke dag en tijdstip dit zal plaatsvinden. De rechtbank ziet geen aanleiding om de vader een garantstelling te laten ondertekenen of te dulden dat [de minderjarige] te allen tijde ene telefoon of tracker bij zich heeft.
Veiligheidsmaatregelen
De moeder heeft zelfstandig verzocht een aantal veiligheidsmaatregelen te bepalen, welke er – kort gezegd – op neer komen dat de vader [de minderjarige] enkel binnen de Europese Unie mag meenemen, waarbij zij ten allen tijde een telefoon bij zich heeft, dan wel een tracker op zich heeft.
De vader voert verweer en stelt dat deze maatregelen te verstrekkend en disproportioneel zijn.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de vader de veiligheidsmaatregelen op te leggen, zoals verzocht door de moeder. De rechtbank acht deze maatregelen te verstrekkend, omdat zowel de vader als [de minderjarige] daarmee in alle toekomstige vakanties wordt belemmerd. Het verzoek van de moeder zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
*
verleent toestemming aan de vader – die de toestemming van de moeder vervangt – om met de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te Den Haag, in de periode van 25 juli 2026 tot 15 augustus 2026 naar [plaats] ( [land] ) te reizen;
*
bepaalt dat de vader – in ieder geval twee weken voorafgaand aan voernoemde reis – een vakantieplan aan de moeder zal toesturen, zoals in het lichaam van deze beschikking omschreven;
*
bepaalt dat de moeder gedurende de periode dat [de minderjarige] in [land] is om de dag met [de minderjarige] zal (video)bellen, waarbij de ouders in onderling overleg bepalen op welke dag en tijdstip dit zal plaatsvinden;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 6 mei 2026.