ECLI:NL:RBDHA:2026:15173

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
6 juni 2026
Zaaknummer
C/09/700368 / KG ZA 26-208
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige omgangsregeling en opdracht raadsonderzoek in familierechtelijke zaak

De vader vordert in kort geding een voorlopige omgangsregeling met zijn minderjarige kinderen, die momenteel bij de moeder verblijven. De moeder weigert contact, waardoor de vader de kinderen niet ziet. De rechtbank constateert dat er ernstige zorgen zijn over de situatie, mede door gedragsproblemen van een van de kinderen en eerdere conflicten tussen ouders.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet in het belang van de kinderen is om nu een omgangsregeling vast te stellen. Wel wordt de Raad voor de Kinderbescherming opgedragen een onderzoek te verrichten ten behoeve van de lopende bodemprocedure, waarin ook het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt behandeld.

Daarnaast wordt bepaald dat de vader maandelijks een kaartje aan de kinderen mag sturen en dat de moeder hem eens per twee maanden via een speciaal e-mailadres informeert over het welzijn van de kinderen, zonder dat de vader mag reageren. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige omgangsregeling wordt afgewezen en een raadsonderzoek gelast ten behoeve van de bodemprocedure.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/700368 / KG ZA 26-208
Vonnis in kort geding van 6 mei 2026
in de zaak van
[eiser]te [woonplaats 1] ,
eiser,
advocaat mr. B.S. van Haeften te Den Haag,
tegen:
[gedaagde]te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat mr. R.V. Paniagua te Rotterdam.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vader’ en ‘de moeder’.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de door gedaagde overgelegde conclusie van antwoord met producties;
- de op 22 april 2026 gehouden mondelinge behandeling.
1.2
De minderjarige [minderjarige 1] heeft een brief aan de kinderrechter geschreven.
1.3
Op de zitting zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, de moeder, bijgestaan door haar advocaat en [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming.
1.4
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1
Partijen hebben een affectieve relatie gehad met elkaar. Zij zijn de ouders van [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1] en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats 2] . De vader heeft de kinderen erkend en de moeder is van rechtswege belast met het eenhoofdige gezag. De kinderen verblijven bij de moeder.

3.Het geschil

3.1
De vader vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voorlopig te bepalen dat de moeder wordt verplicht om aan de volgende voorlopige regeling haar medewerking te geven c.q. dat de rechtbank de volgende voorlopige regeling vaststelt:
  • week 7 op zaterdag 14 februari van l0:00 uur tot l8:00 uur
  • week 9 op zondag 1 maart van l0:00 uur tot 16:00 uur
  • week 11 op zaterdag 14 maart van 10:00 uur tot l8:00 uur
  • week 13 op zondag 29 maart van l0 uur tot 17:00
  • week 15 op maandag 6 april van 16:00 uur tot l9:30 uur
  • week 16 op zondag 19 april van l0:00 uur tot l6:00 uur
  • week 18 op zaterdag 2 mei van 10:00 uur tot l6:00 uur
  • week 21 op zondag 24 mei van 10:00 uur tot 16:00 uur
  • week 23 op zaterdag 6 juni van 10:00 tot 18:00 uur
  • week 25 op zondag 21 juni van 10:00 tot 16:00 uur
  • week 27 op zondag 5 juli van 10:00 tot l6:00 uur
  • week 29 op zaterdag 18 juli van 10:00 uur tot 20:00 uur
  • week 29 op zondag 19 juli van l0:00 uur tot 20:00 uur
  • week 30 op woensdag 22 juli van l0:00 uur tot 20:00 uur
  • week 30 op donderdag 23 juli van l0:00 uur tot 20:00 uur
  • week 30 op vrijdag 24 juli van 10:00 uur tot 16:00 uur
  • week 32 op zondag 9 augustus van l0:00 uur tot 16:00 uur
  • week 34 op zaterdag 22 augustus van 10:00 tot 16:00 uur
  • week 36 op zaterdag 5 september van 10:00 tot l8:00 uur
  • week 38 op zaterdag 19 september van 10:00 tot l6:00 uur
  • week 40 op woensdag 30 september van 13:00 tot 17:00 uur
  • week 41 op zondag l1 oktober van l0:00 tot 16:00 uur
  • week 43 op zaterdag 24 oktober van 10:00 tot 18:00 uur
  • week 45 op zondag 8 november van l0:00 tot l6:00 uur
  • week 47 op zondag 22 november van 10:00 tot l6:00 uur
  • week 49 op zondag 6 december van l0:00 tot 16:00 uur
  • week 51 op zaterdag 19 december van 10:00 tot l8:00 uur
  • week 52 op zaterdag 26 december van 10:00 tot 20:00 uur
3.2
Daartoe voert de vader – samengevat – het volgende aan. Op dit moment ziet de vader de kinderen niet. De kinderen hebben het recht op frequente omgang met hun beide ouders, maar de moeder ontneemt de kinderen dit recht door geen enkel contact met de vader toe te staan. De vader wil dat het contact tussen hem en de kinderen wordt hersteld.
3.3
De moeder voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.De beoordeling van het geschil

4.1
Uit de overgelegde stukken en wat op de zitting is besproken, is de voorzieningenrechter gebleken dat er veel is voorgevallen tussen de ouders en dat de kinderen daar ook het nodige van hebben meegekregen. Hoewel de vader zich niet in alle beschuldigingen herkent, is de voorzieningenrechter van oordeel dat er voldoende zorgelijke signalen zijn die maken dat het niet in het belang van de kinderen is om zonder meer een omgangsregeling vast te leggen. Ook valt de voorzieningenrechter het contrast tussen de stellingen in de dagvaarding en die in de conclusie van antwoord op. De vader en de kinderen hebben elkaar inmiddels al geruime tijd niet meer gezien en er is ook veel hulpverlening betrokken met name bij [minderjarige 1] . De vader lijkt de ernst van de situatie te bagatelliseren door te suggereren dat de gedragsproblemen van [minderjarige 1] een andere oorzaak kunnen hebben en bijvoorbeeld kunnen zijn veroorzaakt doordat partijen uit elkaar zijn gegaan. Zoals terecht door de raad is opgemerkt, moeten de kinderen in rustiger vaarwater terechtkomen voordat een omgangsregeling kan worden vastgelegd. Op de zitting is daarom besproken dat de moeder contact zal opnemen met de behandelaar bij Impegno om te kijken of zij ruimte zien bij [minderjarige 1] voor contactherstel met de vader. De voorzieningenrechter ziet echter op dit moment verder geen mogelijkheid om een (voorlopige) omgangsregeling vast te leggen. De vordering van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling zal dan ook worden afgewezen.
raadsonderzoek
4.2
Gebleken is dat de vader ook een bodemprocedure is gestart waarin hij verzoekt om vaststelling van een omgangsregeling en om samen met de moeder te worden belast met het ouderlijk gezag over de kinderen. Vooruitlopend op de beslissingen in de bodemprocedure met
zaaknummer C/09/700639 / FA RK 26-2120, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de Raad voor de Kinderbescherming te vragen om onderzoek te doen. Omdat in de bodemprocedure ook een verzoek tot gezamenlijk gezag voorligt, ziet de voorzieningenrechter om proceseconomische redenen aanleiding om ook het gezag mee te nemen in het te gelasten raadsonderzoek. Het onderzoek dient derhalve betrekking te hebben op beantwoording van de volgende vragen:
 bestaat, in geval van toewijzing van het verzoek tot verkrijging van gezamenlijk gezag, een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren zullen raken tussen de ouders, terwijl niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt, of is wijziging van het gezag anderszins in het belang van de kinderen?
  • zijn er bezwaren zoals genoemd in artikel 1:377a, derde lid, BW, die in de weg staan aan het recht op omgang met de vader, en zo nee, welke omgangsregeling is dan in het belang van de kinderen en op welke wijze kan die omgang worden vormgegeven?
  • is verdere hulpverlening voor de ouders en/of de kinderen noodzakelijk, en zo ja, welke?
Daarbij is het aan de Raad om te beoordelen of het nodig is het onderzoek uit te breiden met een onderzoek naar de vraag of een beschermingsmaatregel nodig is.
4.3
Dit raadsonderzoek dient te worden uitgevoerd ten behoeve van de bodemprocedure met
zaaknummer C/09/700639 / FA RK 26-2120. Dit geding leent zich daar niet voor. De raad dient zijn rapportage daarom in de bodemprocedure in te brengen.
4.4
Op de zitting is besproken hoe in de tussentijd ervoor kan worden gezorgd dat de vader aanwezig is in het leven van de kinderen. Door de raad is voorgesteld dat de vader kaartjes aan de kinderen kan sturen, waarbij hij geen vragen aan de kinderen stelt en ook niets schrijft wat de kinderen als belastend kunnen ervaren. De vader heeft op de zitting hiermee ingestemd. De voorzieningenrechter zal bepalen dat de vader maandelijks een kaartje naar de kinderen zal sturen.
informatieregeling
4.5
De voorzieningenrechter acht het in het belang van de kinderen dat de vader regelmatig geïnformeerd wordt over hun welzijn. Op de zitting heeft de moeder toegezegd de vader één keer per twee maanden via een nieuw aan te maken e-mailadres te informeren. Haar advocaat zal haar daarbij helpen door een format aan te leveren dat zij kan invullen met informatie over de kinderen en enkele foto’s. De voorzieningenrechter zal conform deze toezegging beslissen en overweegt daarbij nog dat het uitdrukkelijk niet de bedoeling is dat de vader reageert op de berichten van de moeder. Indien de vader hier alsnog op reageert is de moeder niet gehouden te antwoorden.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten als hierboven onder 4.2 overwogen en daarover te rapporteren en te adviseren ten behoeve van de bodemprocedure met
zaaknummer C/09/700639 / FA RK 26-2120;
5.2
bepaalt dat de griffier daartoe een afschrift van de gedingstukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
5.3
bepaalt dat de vader maandelijks een kaartje zal sturen aan de kinderen;
5.4
bepaalt dat de moeder de vader één keer per twee maanden via de e-mail zal informeren over het welzijn van de kinderen met een of meerdere recente foto’s van de kinderen en waarbij het uitdrukkelijk niet de bedoeling is dat de vader reageert op de berichten van de moeder;
5.5
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.6
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Witteman en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.
ncg