Uitspraak
Omgang en informatieregeling
[de moeder],
[de vader],
Procedure
Feiten
- De moeder en de vader hebben een affectieve relatie gehad.
- [minderjarige] is erkend door de vader.
- Zij zijn de ouders van het nog minderjarige kind:
Verzoek en verweer
- een bijzondere curator te benoemen ex artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) teneinde de rechtbank te informeren over de belangen van [minderjarige] als het gaat om de omgang tussen hem en de moeder en zijn (half)broertje moederszijde;
- een omgangsregeling te bepalen waarbij [minderjarige] regelmatig, dat wil zeggen toewerkend naar minimaal één contactmoment per veertien dagen met zijn (half)broertje moederszijde en de moeder, althans een andere in goede justitie vast te stellen regeling te bepalen;
- een maandelijkse informatieverplichting van de vader jegens de moeder vast te stellen, waarbij de vader per e-mail informatie aan de moeder dient te geven over het wel en wee van [minderjarige] (school inclusief rapport, sport, vriendjes, hobby’s, gezondheid, ontwikkeling en eventuele behandeling), althans een andere in goede justitie vast te stellen regeling en frequentie,
Beoordeling
e-mails te sturen naar de vader over [minderjarige]. Dit is niet bevorderlijk voor de onderlinge verhouding tussen de ouders en het gevoel wat dit teweegbrengt bij [minderjarige]. Daarnaast acht de rechtbank het wenselijk dat de vader [minderjarige] concreter en vaker aanmoedigt om op enige manier contact te zoeken met zijn moeder, door bijvoorbeeld op haar verjaardag een kaartje te sturen. Deze positieve aanmoediging verbetert het beeld van [minderjarige] over zijn moeder.
Beslissing
mr. L.E. Meisters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 mei 2026.