Uitspraak
Gezag, hoofdverblijfplaats en zorgregeling c.q. omgangsregeling
Beschikking op het op 25 juni 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader],
[de moeder],
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 14 juli 2025 van de zijde van de vader, met bijlage;
- het verweerschrift;
- het F9-formulier van 29 maart 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen.
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad).
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de minderjarige:
- De vader heeft [minderjarige] erkend.
- [minderjarige] verblijft feitelijk bij de moeder.
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 4 maart 2022 is – voor zover hier van belang – de raad verzocht een onderzoek te doen naar het gezag en de omgang.
- De raad heeft in 2023 onderzoek gedaan en gerapporteerd. Bij beschikking van deze rechtbank van 22 maart 2024 – voor zover hier van belang –:
Verzoek en verweer
- te bepalen dat hij voortaan samen met de moeder wordt belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige];
- te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij hem wordt vastgesteld;
- een zorgregeling te bepalen tussen de moeder en [minderjarige], waarbij [minderjarige] het merendeel van de vakanties bij de moeder zal verblijven, behalve twee weken in de zomervakantie, waarbij de moeder de reiskosten van [minderjarige] voor haar rekening zal nemen;