Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15130

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
6 juni 2026
Zaaknummer
C/09/689336 FA RK 25-5770
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning eenhoofdig gezag aan moeder wegens verstoorde communicatie en afwezigheid vader

Partijen zijn sinds 2021 gescheiden en oefenden gezamenlijk gezag uit over hun drie minderjarige kinderen. De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan haar toe te kennen, omdat de vader geen contact onderhoudt met de kinderen en niet meewerkt aan gezagsbeslissingen.

De vader is niet verschenen op de zitting maar stemt schriftelijk in met het verzoek. De rechtbank constateert dat de vader afwezig en onbereikbaar is, waardoor de moeder praktische problemen ondervindt bij het nemen van beslissingen voor de kinderen. De communicatie tussen ouders is ernstig verstoord.

Gezien het onaanvaardbare risico dat de kinderen klem raken tussen de ouders en de verwachting dat verbetering niet binnen afzienbare tijd zal optreden, wijst de rechtbank het verzoek toe. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en partijen dragen hun eigen proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder wegens het onaanvaardbare risico van klem raken van de kinderen tussen de ouders.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-5770
Zaaknummer: C/09/689336
Datum beschikking: 6 mei 2026

Gezag

Beschikking op het op 30 juli 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Kievit te Breda.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift met bijlagen.
De minderjarigen [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] hebben zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek.
Op 8 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen op de zitting.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van 2009 tot 2021.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats 1] ,
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2014 te [geboorteplaats 1] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- Bij beschikking van 20 september 2021 van deze rechtbank is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken. Daarbij is – voor zover hier van belang – bepaald dat het echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan deel uitmaken van die beschikking.
- Bij beschikking van 24 augustus 2023 van deze rechtbank zijn de kinderen onder toezicht gesteld voor de duur van één jaar. De ondertoezichtstelling is vervolgens bij beschikking van 20 augustus 2024 van deze rechtbank verlengd voor de duur van zes maanden.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt te bepalen dat zij voortaan alleen het gezag uitoefent over de kinderen, dan wel een andere beslissing te nemen die de rechtbank in het belang van de kinderen geraden acht, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag van de ouders te beëindigen en heeft ter onderbouwing hiervan – kort samengevat – het volgende aangevoerd. Er is al enige tijd geen contact meer tussen de vader en de kinderen. Volgens de moeder verwacht de vader dat de kinderen contact met hem opnemen en neemt hij hierin zelf geen initiatieven. De vader heeft geen zicht op de ontwikkeling van de kinderen, waardoor hij niet in staat is weloverwogen gezagsbeslissingen te nemen. Daarnaast is de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord. De vader heeft tijdens de ondertoezichtstelling met de nodige moeite van de betrokken jeugdzorgmedewerker steeds ingestemd met gezagsbeslissingen. Omdat de kinderen niet langer onder toezicht staan is de moeder genoodzaakt zelf contact op te nemen met de vader als er toestemming van hem nodig is. Dit kost de moeder veel energie. Ook ervaart zij hier erg veel stress van. Gelet op het voorgaande is de moeder van mening dat het in het belang van de kinderen is dat zij voortaan met het eenhoofdig gezag over hen wordt belast.
De vader is niet verschenen op de zitting. Wel heeft hij in een e-mail van 11 maart 2026 aan de rechtbank laten weten dat hij instemt met het verzoek van de moeder.
De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat de ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over het kind blijven uitoefenen. Voor gezamenlijk gezag is wel vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over de kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, als later de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hier binnen afzienbare tijd voldoende verbetering in zou komen, of als wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken, is de rechtbank duidelijk geworden dat de moeder de zorg voor de kinderen al geruime tijd alleen draagt. De vader geeft geen uitvoering aan het ouderlijk gezag en is afwachtend in het contact met de kinderen. Daarnaast is de vader onbereikbaar voor de moeder: hij reageert niet op e-mails en brieven op zijn huisadres en neemt de telefoon niet op. Hierdoor ontbreekt de onderlinge communicatie en loopt de moeder tegen praktische belemmeringen aan als er toestemming van de vader nodig is. Zo ervaart zij problemen bij het inschrijven van [de minderjarige 3] op de middelbare school en het aanvragen van hulpverlening voor de kinderen. De rechtbank verder in overweging dat de vader zelf in een e-mail aan de rechtbank heeft gezegd dat de moeder het gezag ‘mag’ hebben en dat hij niet met de moeder in één ruimte wil zijn. Gelet op het voorgaande bestaat er naar het oordeel van de rechtbank een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren zullen raken tussen de ouders als het gezamenlijk gezag in stand blijft. De verwachting is niet dat er binnen afzienbare tijd verbetering in deze situatie zal komen. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de moeder toewijzen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 4] 1978 te [geboorteplaats 2] , het gezag zal toekomen over de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats 1] ;
  • [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2014 te [geboorteplaats 1] ;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 6 mei 2026.