ECLI:NL:RBDHA:2026:15128
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen vereenvoudigde behandeling in bestuursrechtelijke asielzaak ongegrond verklaard
Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraak van 3 april 2026, waarin de rechtbank het beroep van opposant tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaarde en een proceskostenvergoeding vaststelde met een wegingsfactor van 0,25.
De rechtbank heeft het verzet op 8 mei 2026 behandeld, waarbij opposant afwezig was. De rechtbank beoordeelt uitsluitend of de eerdere uitspraak terecht is gedaan en of de vereenvoudigde behandeling passend was. De rechtbank concludeert dat het verzet ongegrond is omdat de eerdere beslissing kennelijk juist was.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat de werkzaamheden bij een opvolgend beroep wegens niet tijdig beslissen beperkt zijn, waardoor een lagere wegingsfactor voor proceskostenvergoeding passend is. Het verzet richtte zich ook op de proceskostenveroordeling, maar ook daarvoor is geen aanleiding.
De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier A.W. Landman en is in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open volgens artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het verzet tegen de vereenvoudigde behandeling en de proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard.