ECLI:NL:RBDHA:2026:15117
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens zorgvuldigheidsgebrek
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser tijdig een zienswijze heeft ingediend die niet is meegenomen in de besluitvorming, wat een zorgvuldigheidsgebrek oplevert. De minister heeft dit betwist, maar kon dit niet overtuigend onderbouwen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit vanwege het zorgvuldigheidsgebrek, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand, waardoor geen nieuw besluit hoeft te worden genomen en eiser mag worden overgedragen aan Duitsland. Verder heeft eiser betoogd dat Griekenland verantwoordelijk zou zijn, maar dit is verworpen omdat Duitsland het verzoek tot terugname heeft geaccepteerd.
Ook het verweer dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt vanwege vermeende tekortkomingen in Duitsland is verworpen. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op een schending van zijn rechten. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens niet betrekken van een tijdig ingediende zienswijze, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.