3.4.Bewijsoverwegingen
Opzet
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat bij de verdachte geen sprake is geweest van de voor opzet vereiste wetenschap dat hij cocaïne aanwezig heeft gehad en vervoerd heeft. Hiertoe is aangevoerd dat een observatieteam van de politie op 30 augustus 2024 zicht heeft gehad op de loods te Oud Gastel en bigshoppers met daarin witte blokken vervoerd heeft zien worden. Gelet op het doorlaatverbod van artikel 126ff van het Wetboek van Strafvordering (Sv) zou het niet ingrijpen van de politie enkel verklaarbaar zijn wanneer de politie niet wist, maar slechts vermoedde dat het hier om cocaïne ging. Indien de politie met al haar expertise en middelen al niet wist dat het om cocaïne ging, is het volstrekt onaannemelijk dat de verdachte wel over deze wetenschap zou hebben beschikt.
Naar het oordeel van de rechtbank zegt de eventuele aan- of afwezigheid van wetenschap bij (het observatieteam van) de politie op 30 augustus 2024 omtrent de vraag of het hier werkelijk om cocaïne ging op zichzelf niets over diezelfde eventuele wetenschap bij de verdachte. De verdachte bevond zich immers, anders dan de politie, al sinds 29 augustus 2024 vanaf de middag min of meer onafgebroken in de loods te Oud Gastel, wat maakt dat hij een geheel andere uitgangspositie had dan de politie.
Over de aanwezigheid van bedoelde wetenschap bij de verdachte overweegt de rechtbank als volgt. Allereerst blijkt uit de beschrijving van de camerabeelden het volgende. Een container, afkomstig van een vrachtwagen, wordt in de loods afgeleverd, waarna in de grofweg 36 uren daarna constant voertuigen af- en aanrijden om uit de loods afkomstige gevulde bigshoppers op te halen. In de loods plakt de verdachte twee camera’s af, monteert hij slijpmachines en staan nagenoeg voortdurend mensen op de uitkijk. Getuige [getuige 1] die ook aanwezig is in de loods op 29 augustus 2024, heeft verklaard dat hij met anderen aanwezig was om cocaïne uit de container te halen. De politie treft na haar instap in de loods op 30 augustus 2024 een leeggehaalde container aan, alsmede opengeslepen metalen bakken. Voorgaande feiten en omstandigheden wijzen er, in onderlinge samenhang bezien, op dat bij hetgeen zich in en rondom de loods te Oud Gastel heeft afgespeeld sprake is geweest van drugsgerelateerde activiteiten.
Uit de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] blijkt voorts dat de tafel van de keuken in de loods gevuld is geweest met zwart gesealde witte blokken. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat cocaïne op deze wijze verpakt wordt. Uit de bevindingen van het observatieteam van de politie blijkt voorts dat op 30 augustus 2024 de loods tussen 17:30 uur en 22:15 uur meerdere van de groene bigshoppers, die in de af- en aanrijdende voertuigen werden geladen, gevuld waren met witte voorwerpen.
De verdachte is gedurende de periode waarin het voormelde heeft plaatsgehad (29 augustus en 30 augustus 2024) nagenoeg constant in de loods te Oud Gastel aanwezig geweest en hij heeft zelf ook groene bigshoppers vervoerd. Dit alles maakt dat het naar het oordeel van de rechtbank niet anders kan zijn dan dat de verdachte wist dat het om cocaïne ging.
Medeplegen
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het handelen dat aan de verdachte wordt toegeschreven te kenmerken valt als medeplichtigheid en niet als medeplegen, omdat de bijdrage van de verdachte van onvoldoende gewicht zou zijn geweest.
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.
In de periode van 29 en 30 augustus 2024 is in een loods te Oud Gastel een grote hoeveelheid cocaïne uit een container gehaald en vervolgens verdeeld over en verder vervoerd door meerdere voertuigen. Op de camerabeelden in en rondom de loods zijn 24 personen waarneembaar, onder wie de verdachte.
De verdachte is gedurende deze periode (29 augustus en 30 augustus 2024) nagenoeg constant in de loods te Oud Gastel aanwezig geweest. Aldaar heeft hij verschillende handelingen verricht, waaronder het afplakken van camera’s, het tillen van met cocaïne gevulde bigshoppers, het op de uitkijk staan en het uitpakken en monteren van slijpmachines. Ook heeft de verdachte op 30 augustus 2024, tezamen met medeverdachte [medeverdachte 2] , vier bigshoppers, bevattende cocaïne, ingeladen in een personenauto om daar vervolgens gezamenlijk in weg te rijden.
Deze gedragingen zijn naar het oordeel van de rechtbank, anders dan door de raadsman betoogd, van voldoende gewicht om de verdachte als medepleger aan te duiden van zowel het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne op 29 en 30 augustus 2024 als het vervoeren van cocaïne op 30 augustus 2024. De verdachte heeft door voornoemde gedragingen een actieve en noodzakelijke bijdrage geleverd aan het aanwezig hebben en vervoeren van cocaïne. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.
Dat de herkenning van de verdachte op voornoemde camerabeelden afkomstig is van één verbalisant maakt, anders dan door de raadsman beweerd, niet dat de camerabeelden en de herkenning niet kunnen bijdragen aan het bewijs. In dit verband overweegt de rechtbank dat de beelden, die ook ter terechtzitting zijn getoond, van goede kwaliteit zijn en geschikt als basis voor een herkenning.
Het voorgaande geldt evenzeer voor hetgeen de raadsman heeft aangevoerd over de foutieve tijdsweergave op de camerabeelden. De politie heeft hier (in het proces-verbaal van bevindingen met nummer 925) duidelijk over geverbaliseerd, zodat er naar het oordeel van de rechtbank geen onduidelijkheid bestaat over de momenten waarop de op de beelden getoonde handelingen zijn verricht.
Hoeveelheden
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het voorhanden hebben van 1067 kilo en het vervoeren van 69 kilo cocaïne, overeenkomstig de schatting van de politie (zoals gerelateerd in het proces-verbaal met nummer 1192).
De rechtbank is van oordeel dat voornoemde schatting van de politie te wankel is om de daarin opgenomen conclusies ten aanzien van de hoeveelheden cocaïne één op één over te nemen. Desondanks blijkt uit deze schatting, alsmede uit andere bewijsmiddelen zoals de verklaring van [getuige 1] en (de beschrijving van) de camerabeelden, naar het oordeel van de rechtbank wel dat zowel ten aanzien van het aanwezig hebben als ten aanzien van het vervoeren van cocaïne sprake is geweest van een grote hoeveelheid (dat wil zeggen: meer dan 20 kilogram). Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
Aan de binnenzijde van de metalen kisten die in de loods zijn aangetroffen zijn tapes aangetroffen met daarop weergegeven getallen, variërend in grootte van 70 tot 119, gevolgd door de letters ‘k’ of ‘kg’. Nu niet alle bakken dergelijke stickers bevatten is de schatting die de politie op basis hiervan gemaakt heeft te onzeker om als uitgangspunt te dienen voor een bewezenverklaring van het aanwezig hebben van een specifieke hoeveelheid cocaïne.
Desalniettemin maken de aangetroffen tapes duidelijk dat het hier om een hoeveelheid cocaïne ging die vele malen zwaarder was dan 20 kilogram. Dit vindt onder meer bevestiging in de foto’s aangetroffen in de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 1] , alsook in de verklaring van [getuige 1] en de camerabeelden. Daarnaast is de schatting van de politie niet zo speculatief dat deze geen indruk meer zou kunnen geven van de hoeveelheden cocaïne. Ten aanzien van het vervoeren van cocaïne door de verdachte is op de camerabeelden te zien dat de verdachte tezamen met de medeverdachte [medeverdachte 3] wegrijdt in een met vier bigshoppers gevuld voertuig. Gelet op de schatting van de politie van de totale hoeveelheid cocaïne (tussen de 1076 en 1166 kilo) en de totale hoeveelheid weggevoerde tassen (49) staat het naar het oordeel van de rechtbank vast dat de vier door de verdachte vervoerde bigshoppers tezamen gevuld waren met een grote (dat wil zeggen: meer dan 20 kilogram) hoeveelheid cocaïne.
Getuige [getuige 2]
De rechtbank heeft geconstateerd dat de toegewezen getuige [getuige 2] niet is gehoord; er is geen gelegenheid geweest voor de door de verdediging te stellen vragen. Er heeft contact plaatsgevonden tussen de rechter-commissaris en de autoriteiten in Marokko, maar dat heeft niet tot een inhoudelijk verhoor van de getuige geleid. De verdediging en de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de zaak niet hoeft te worden aangehouden teneinde deze getuige alsnog te horen. De rechtbank is – alle belangen, waaronder een voortvarende berechting, in aanmerking genomen – overeenkomstig het standpunt van de verdediging en de officier van justitie van oordeel dat vonnis kan worden gewezen. De rechtbank acht zich daartoe voldoende voorgelicht.