Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15105

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
NL26.7042
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens gebrek aan connexiteit met bezwaar

Verzoeker, een Egyptische nationaliteit dragende persoon, had een verblijfsvergunning als kennismigrant en vroeg een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen aan. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag af omdat verzoeker niet voldeed aan de vereiste van minimaal vijf jaar onafgebroken verblijf met een geldige vergunning.

Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen door de verblijfsaantekening te wijzigen zodat hij geen tewerkstellingsvergunning meer nodig zou hebben. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op zitting.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat het niet samenhangt met het bezwaar. Het bezwaar richt zich uitsluitend op het besluit van afwijzing van de verblijfsvergunning, niet op de verblijfsaantekening. Hoewel in de bezwaarschriften de verblijfsaantekening wordt genoemd, blijkt uit de aanhef en conclusie dat het bezwaar zich niet tegen deze aantekening richt.

De voorzieningenrechter erkent de lastige situatie van verzoeker, die momenteel niet kan werken en voor zijn gezin moet zorgen, maar ziet geen juridische grond om het verzoek toe te wijzen. Het verzoek wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan samenhang met het bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.7042

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. L.G. de Rooij).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker hangende zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning.
1.1.
Verzoeker heeft op 10 december 2025 een verblijfsaantekening gekregen waarop staat ‘Arbeid toegestaan. Tewerkstellingsvergunning vereist’.
1.2.
Verweerder heeft de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning met het besluit van 15 januari 2026 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen en de verblijfsaantekening te wijzingen.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, H. Rida als tolk en de gemachtigde van verweerder. De gemachtigde van verzoeker heeft via videoverbinding deelgenomen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?
2. Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1978 en heeft de Egyptische nationaliteit. Verzoeker had van 14 december 2022 tot 15 december 2025 een verblijfsvergunning voor het doel ‘Arbeid als kennismigrant’. Verzoeker heeft vervolgens een aanvraag ingediend voor een EU verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Daarnaast heeft verzoeker een verblijfsaantekening in zijn paspoort gekregen waarin staat dat arbeid is toegestaan maar dat een tewerkstellingsvergunning is vereist.
2.1.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat verzoeker volgens verweerder niet voldoet aan de voorwaarde dat hij minimaal vijf jaar zonder onderbreking in Nederland heeft gewoond op basis van een geldige verblijfsvergunning.
Wat vindt verzoeker?
3. Verzoeker verzoekt de voorzieningenrechter om de verblijfsaantekening te wijzingen zodat hij geen tewerkstellingsvergunning nodig heeft. Verzoeker stelt dat hij een spoedeisend belang heeft, omdat hij geen inkomen heeft en niet kan voorzien in de kosten van levensonderhoud van zichzelf en zijn gezin. Verder voert verzoeker aan dat zijn verblijfsaantekening ten onrechte vermeldt dat een tewerkstellingsvergunning is vereist. Ook voert verzoeker aan dat verweerder aan hem een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen had moeten verlenen.
Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
4. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk, omdat het verzoek niet samenhangt met het bezwaar. De rechtbank stelt vast dat het verzoek alleen ziet op het wijzigen van de verblijfsaantekening. De rechtbank overweegt dat het bezwaar niet is gericht tegen de verblijfsaantekening, maar tegen het besluit van 15 januari 2026. In het bezwaarschrift zelf staat alleen het besluit van 15 januari 2026 vermeld. In de gronden van bezwaar wordt weliswaar gesproken over de verblijfsaantekening, maar in de aanhef en in de conclusie staat duidelijk dat het alleen gaat om het besluit van 15 januari 2026. De rechtbank volgt de gemachtigde van verzoeker niet in zijn stelling tijdens de zitting dat formeel wordt voldaan aan alle vereisten van het instellen van bezwaar tegen de verblijfsaantekening. Dit neemt namelijk niet weg dat uit (de gronden van) het bezwaar niet blijkt dat het bezwaar zich richt tegen de verblijfsaantekening. De voorzieningenrechter begrijpt dat dit oordeel vervelend is voor verzoeker omdat hij op dit moment niet kan werken en hij de kosten moet dragen voor zijn gezin en woning. Maar de voorzieningenrechter ziet juridisch geen mogelijkheid om tot een ander oordeel te komen.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Holleman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.