ECLI:NL:RBDHA:2026:15105
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens gebrek aan connexiteit met bezwaar
Verzoeker, een Egyptische nationaliteit dragende persoon, had een verblijfsvergunning als kennismigrant en vroeg een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen aan. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag af omdat verzoeker niet voldeed aan de vereiste van minimaal vijf jaar onafgebroken verblijf met een geldige vergunning.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen door de verblijfsaantekening te wijzigen zodat hij geen tewerkstellingsvergunning meer nodig zou hebben. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op zitting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat het niet samenhangt met het bezwaar. Het bezwaar richt zich uitsluitend op het besluit van afwijzing van de verblijfsvergunning, niet op de verblijfsaantekening. Hoewel in de bezwaarschriften de verblijfsaantekening wordt genoemd, blijkt uit de aanhef en conclusie dat het bezwaar zich niet tegen deze aantekening richt.
De voorzieningenrechter erkent de lastige situatie van verzoeker, die momenteel niet kan werken en voor zijn gezin moet zorgen, maar ziet geen juridische grond om het verzoek toe te wijzen. Het verzoek wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan samenhang met het bezwaar.