Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Overwegingen
Ten aanzien van eiser is op 8 april 2025 een terugkeerbesluit genomen. Uit het verweerschrift van de minister volgt dat eiser eerder op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw in bewaring heeft gezeten van 28 augustus 2025 tot en met 11 september 2025, dus totaal 15 dagen. Op dit moment zit eiser ook op deze grondslag in bewaring sinds 23 april 2026. Op de dag van sluiting van het onderzoek in deze beroepsprocedure duurt de huidige maatregel 41 dagen. De perioden van eventuele maatregelen van bewaring op andere grondslagen worden niet meegerekend, omdat deze perioden niet zien op de uitvoering van een terugkeerbesluit. Eiser heeft dus op het moment van sluiting van het onderzoek in deze beroepsprocedure in totaal 56 dagen in bewaring gezeten ter uitvoering van het terugkeerbesluit van 8 april 2025. De rechtbank is daarom van oordeel dat het zesmaandencriterium uit het arrest Aroja op dit moment niet van toepassing is in deze zaak. De beroepsgrond slaagt niet.
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
3e. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;
3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.