ECLI:NL:RBDHA:2026:15080

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
NL25.22652
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig besluit mvv-aanvraag gezinshereniging

Eiser heeft op 18 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn moeder en zusjes in het kader van gezinshereniging en nareis. Tevens had eiser op 16 juni 2025 een ander beroep ingesteld tegen hetzelfde niet tijdig beslissen, dat op 30 oktober 2025 gegrond werd verklaard.

De rechtbank oordeelt dat het beroep van 18 mei 2025 ziet op hetzelfde geschil als het eerder gegrond verklaarde beroep van 16 juni 2025. Hierdoor ontbreekt het procesbelang voor het latere beroep, waardoor dit niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 3 juni 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de mvv-aanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.22652

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en
de minister van Asiel en Migratie [1] ,

Procesverloop

1. Eiser heeft op 18 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor zijn moeder, [moeder] , en in het kader van gezinshereniging op grond van artikel 8 van Pro het EVRM voor zijn zusjes, [zusje 1] , [zusje 2] en [zusje 3] .

Overwegingen

2. Eiser heeft tevens op 16 juni 2025 een beroep ingesteld, met het kenmerk NL25.26559, tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag. Dit beroep is gegrond verklaard op 30 oktober 2025. [2] Het beroep van 18 mei 2025 ziet op hetzelfde geschil, namelijk het niet tijdig nemen van een besluit. Derhalve heeft eiser niet langer een procesbelang in dit beroep. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 3 juni 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van M. Strik, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.