ECLI:NL:RBDHA:2026:15047
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Integrale vrijspraak opzetverkrachting, poging en diefstal met geweld
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte, geboren in 2007, over vermeende opzetverkrachting, poging daartoe en diefstal met geweld op 5 november 2025 te Alphen aan den Rijn. De tenlastelegging omvatte diverse seksuele handelingen tegen de wil van het slachtoffer, gebruik van geweld en bedreiging met een mes, alsmede diefstal van een mobiele telefoon onder bedreiging.
Tijdens de inhoudelijke behandeling op 21 mei 2026 heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte veroordeeld wordt tot jeugddetentie en taakstraf, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte. De rechtbank oordeelde dat hoewel er aanwijzingen zijn dat verdachte over de grenzen van het slachtoffer is gegaan, er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om de feiten bewezen te verklaren. Dit vanwege tegenstrijdigheden in verklaringen, twijfel over het letsel en het ontbreken van ondersteunend bewijs.
Ook de diefstal met geweld kon niet wettig en overtuigend worden bewezen, mede door het ontbreken van bewijs voor het tonen van een mes en het gebruik van excessief geweld. De rechtbank sprak verdachte daarom integraal vrij van alle ten laste gelegde feiten.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De kosten werden ieder voor eigen rekening genomen. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt integraal vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.