ECLI:NL:RBDHA:2026:15034
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht aan België in Dublinprocedure voor alleenstaande vrouw en minderjarige kinderen
Verzoekster, een alleenstaande vrouw, heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat de rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van alleenstaande vrouwen nog door een meervoudige kamer moet worden behandeld. Omdat de termijn voor die uitspraak onbekend is, is het niet wenselijk om de voorlopige voorzieningprocedure te staken in afwachting daarvan.
De voorzieningenrechter weegt de belangen en concludeert dat het toewijzen van de voorlopige voorziening niet ingrijpend is, omdat het slechts inhoudt dat verzoekster en haar minderjarige kinderen in Nederland kunnen blijven totdat op het beroep is beslist. Het niet toewijzen zou kunnen leiden tot overdracht aan België met mogelijk onomkeerbare gevolgen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en de overdracht aan België verboden totdat het beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan België geschorst totdat op het beroep is beslist.