ECLI:NL:RBDHA:2026:15029
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag verblijfsvergunning Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië gold een verlengde beslistermijn van maximaal 21 maanden. De minister moest uiterlijk op 26 januari 2026 beslissen.
Eiser stelde de minister op 28 december 2025 in gebreke, maar dit was vóór het verstrijken van de beslistermijn. Hierdoor was de ingebrekestelling te vroeg en het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank vond een zitting niet nodig en wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 3 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag verblijfsvergunning is niet-ontvankelijk verklaard vanwege te vroege ingebrekestelling.