ECLI:NL:RBDHA:2026:15010
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid vrees ELN en beschikbaar relocatiealternatief in Colombia
Eiser, een Colombiaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege bedreigingen en een aanslag door de gewapende groepering ELN. Hij stelde dat hij en zijn gezin gevaar liepen en dat bescherming door de Colombiaanse autoriteiten onvoldoende was. De minister wees de aanvraag af omdat eiser zijn vrees niet aannemelijk had gemaakt en er een relocatiealternatief binnen Colombia beschikbaar was.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht aannam dat de ELN geen concrete inspanningen meer levert om eiser te vinden, mede omdat sinds het incident ruim twee jaar geen contact of bedreigingen meer zijn geweest. Ook is het relocatiealternatief in andere delen van Colombia, ondersteund door autoriteiten en ngo’s, een reëel beschermingsmiddel. De rechtbank verwierp de stelling dat de ELN landelijk opereert en overal een risico vormt.
Verder werd geoordeeld dat de zorg voor het zoontje van eiser in Colombia geen reden is om het relocatiealternatief af te wijzen, omdat dit onderwerp in een andere procedure kan worden behandeld. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat de vrees voor de ELN niet aannemelijk is en relocatie binnen Colombia mogelijk is.