ECLI:NL:RBDHA:2026:14966
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens vrijspraak mensenhandel
De rechtbank Den Haag behandelde op 1 juni 2026 de ontnemingsvordering van het openbaar ministerie tegen de betrokkene, die was gebaseerd op vermeend wederrechtelijk verkregen voordeel uit mensenhandel.
De vordering betrof een bedrag van €28.604,28, dat volgens het OM aan de staat moest worden betaald. De ontnemingsvordering was gebaseerd op drie feiten van medeplegen van mensenhandel jegens drie slachtoffers.
Echter, de betrokkene werd op dezelfde dag in de strafzaak vrijgesproken van deze feiten. Hierdoor ontbreekt de wettelijke grondslag voor ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank heeft daarom de vordering van het openbaar ministerie afgewezen en de betrokkene niet verplicht tot betaling van het gevorderde bedrag.
Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen omdat de verdachte is vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.