Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14952

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
C/09/701533 / KG ZA 26-279
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • J.Th. van Walderveen
  • W. Jansen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 2 sub b UMVoArt. 1019h RvArt. 6:119 BWArt. 123 lid 1 UMVoinArt. 124 UMVoin
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing inbreukverbod Uniemerk en handelsnaam wegens gebrek aan spoedeisend belang

Varo, houdster van het Uniewoordmerk VARO, vordert in kort geding een inbreukverbod tegen Viaro Energy en RockRose Energy wegens vermeende merkinbreuk en handelsnaamrechtelijke inbreuk in de Europese Unie, met name Nederland. Varo baseert haar vordering op het gebruik van de Viaro-tekens door Viaro, dat verwarringsgevaar zou veroorzaken en reputatieschade zou opleveren.

Viaro voert verweer dat er geen spoedeisend belang is, omdat partijen al sinds 2019 naast elkaar bestaan zonder aantoonbare verwarring, het gebruik van de Viaro-tekens in de EU beperkt is en operationele activiteiten onder de naam RockRose Energy plaatsvinden. Ook betwist Viaro de merkinbreuk en wijst op het ontbreken van handelsnaamgebruik door Varo in Nederland.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang ontbreekt vanwege de langdurige vreedzame co-existentie, het beperkte gebruik van de Viaro-tekens in Nederland en de EU, en het feit dat Varo niet voortvarend heeft gehandeld sinds de eerste sommatie. De recente negatieve publicaties over de CEO van Viaro rechtvaardigen geen nieuw spoedeisend belang. Varo wordt dan ook in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: Vordering tot inbreukverbod op Uniemerk en handelsnaam wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel - voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/09/701533 / KG ZA 26-279
Vonnis in kort geding van 5 juni 2026
in de zaak van

1.VAROPREEM B.V. H.O.D.N. VARO ENERGY te Rotterdam,2. VARO ENERGY NETHERLANDS B.V. H.O.D.N. VARO ENERGY te Rotterdam,3. VARO ENERGY TANKSTORAGE B.V. te Rotterdam,

eiseressen,
hierna samen te noemen: Varo,
advocaat: mr. M.F.J. Haak,
tegen

1.VIARO ENERGY LIMITED te Holborn, Londen (Verenigd Koninkrijk),2. ROCKROSE ENERGY LIMITED te Holborn, Londen (Verenigd Koninkrijk),

gedaagden,
hierna te noemen Viaro Energy en RockRose Energy en samen: Viaro,
advocaat: mr. D.M. Wille.
De zaak is voor Varo inhoudelijk behandeld door mr. Haak voornoemd en door mr. L. Snellenberg en voor Viaro door mr. Wille voornoemd en door mr. F.C. Verhoeven.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 20 maart 2026, met producties EP01 tot en met EP15 en aanvullende producties EP 16 tot en met EP20;
- de conclusie van antwoord, met producties GP01 tot en met GP19 en de aanvullende producties GP20 tot en met GP23.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 mei 2026. De advocaten van partijen hebben ter zitting het woord gevoerd aan de hand van pleitnotities. Deze pleitnotities maken deel uit van het dossier. Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Varo is een Europese leverancier van brandstof- en energieoplossingen. Zij levert onder meer olie, gas en aardolieproducten aan bedrijven, groothandelaren en zakelijke eindgebruikers. In januari 2026 heeft Varo het Scandinavische Preem overgenomen, waarna
de statutaire naam van eiseres sub 1 is gewijzigd in VAROPreem B.V.
2.2.
Varo is houdster van het op 1 december 2014 gedeponeerde en op 29 juli 2016 ingeschreven Uniewoordmerk VARO met registratienummer 013517421, ingeschreven voor onder meer de klassen 1 en 4 (brandstoffen (olie en gas) en andere aardolieproducten), 35 (handel in brandstof en aardolieproducten), 37 (exploratie van brandstof en aardolieproducten), 39 (transport, verpakking en distributie van brandstof en aardolieproducten, 40 (raffinage van ruwe olie) en 42 (exploratie voor de gas- en mijnbouwindustrie) (hierna: het Varo-merk).
2.3.
Viaro Energy, gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, staat aan het hoofd van het Viaro-concern. Het concern is opgericht in 2020 en actief in de olie- en gassector in het Noordzeegebied, hoofdzakelijk op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk en op het Nederlands continentaal plat. Het concern houdt zich bezig met het opsporen van olie- en gasvelden, het boren van putten en het winnen van olie en aardgas. De uit die activiteiten gewonnen ruwe olie en gas worden vervolgens verkocht aan raffinaderijen of traders die daar eindproducten (bruikbare energie voor eindgebruikers) van maken. Voor haar operationele activiteiten maakt het concern gebruik van de naam RockRose Energy. Onderdeel van het concern van Viaro is RockRose (NL) CS1 B.V. (hierna: RockRose NL), dat gevestigd is op Schiphol.
2.4.
Viaro is houdster van het hierna weergegeven Britse beeldmerk, aangevraagd op 11 september 2023 en geregistreerd op 8 december 2023 voor waren en diensten in klassen 4, 37, 39, 40 en 42. Met betrekking tot dit beeldmerk is een doorhalingsprocedure aanhangig.
2.5.
Daarnaast heeft Viaro in het Verenigd Koninkrijk aanvragen gedaan voor de volgende merken:
 het op 19 september 2023 aangevraagde beeldmerk met daarin de vermelding “Part of Viaro Group”:
 het woordmerk VIARO ENERGY, aangevraagd op 30 januari 2026.
2.6.
Daarnaast – of in het verlengde daarvan – maakt Viaro gebruik van de tekens VIARO, Viaro Energy en van het hierna weergegeven logo (hierna samen: de Viaro-tekens).
2.7.
Op de LinkedIn van RockRose Energy staat het volgende:
2.8.
Bij brief van 5 oktober 2023 hebben de Britse advocaten van Varo Viaro gesommeerd om het gebruik van de Viaro-tekens te staken en gestaakt te houden, omdat dit gebruik inbreuk zou maken het Britse Varo-merk.
2.9.
Bij brief van 18 oktober 2023 hebben de Britse advocaten van Viaro betwist dat Viaro inbreuk maakt op het Britse Varo-merk.
2.10.
Bij brief van 11 december 2023 hebben de Britse advocaten van Varo de eerdere sommatie herhaald en Viaro daarnaast verzocht om intrekking van haar (jongere) Britse merken.
2.11.
Bij brief van 25 maart 2024 hebben de Britse advocaten van Viaro de gestelde inbreuk op het Britse Varo-merk opnieuw betwist. Zij hebben zich daarnaast op het standpunt gesteld dat het Britse Varo-merk nooit in het Verenigd Koninkrijk is gebruikt.
2.12.
Bij brief van 10 december 2024 hebben de (Nederlandse) advocaten van Varo Viaro gesommeerd om hun inbreuken op het Varo-merk in de Europese Unie en hun inbreuken op de handelsnaam van Varo (in Nederland) te staken en gestaakt te houden.
2.13.
Bij brief van 3 februari 2025 hebben de Britse advocaten van Viaro aan Varo meegedeeld dat zij niet aan de sommatie voldoen. Zij hebben hiertoe onder meer aangevoerd dat Viaro Energy niet actief is in Nederland of elders in de Europese Unie en dat de Viaro-tekens daar niet worden gebruikt. Volgens de brief zijn (dochteronderneming)
RockRose Energy en de directe dochterondernemingen daarvan wel actief in de Europese Unie, maar maken zij geen gebruik van de Viaro-tekens.
2.14.
In januari 2026 zijn publicaties verschenen in (onder meer) The Telegraph en The Times, waarin de CEO van Viaro in verband wordt gebracht met fraude.
2.15.
In februari 2026 heeft de CEO van Viaro in die hoedanigheid deelgenomen aan een bijeenkomst in Antwerpen voor de
Antwerp Declaration for a European Industrial Deal.
2.16.
Bij brief van 9 februari 2026 hebben de Britse advocaten van Varo Viaro opnieuw gesommeerd om inbreuken op het (Britse) Varo-merk te staken en gestaakt te houden.
2.17.
Bij brief van 23 februari 2026 betwist Viaro opnieuw dat sprake is van merkinbreuk. Zij wijst er daarbij op dat Varo haar Britse merk in de afgelopen vijf jaar niet in het Verenigd Koninkrijk heeft gebruikt.
2.18.
In het Verenigd Koninkrijk is bij het Britse merkenbureau een doorhalingsprocedure aanhangig tegen het Viaro-merk. In deze procedure heeft Viaro zich op het standpunt gesteld dat Viaro Energy in het Verenigd Koninkrijk handelsnaamrechten heeft die die teruggaan tot ten minste 2020 en dat Varo haar Britse Varo-merk niet ‘normaal’ heeft gebruikt.

3.Het geschil

3.1.
Varo vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:
primair: elk van gedaagden te bevelen binnen twee maanden na dit vonnis in de Europese Unie iedere inbreuk op het Varo-merk te staken en gestaakt te houden, waaronder het gebruik van de Viaro-tekens en/of het gebruik van het element “part of Viaro Group” in verband met (i) vloeibare en/of gasvormige brandstoffen, alsmede (voor zover nog niet
daarin begrepen) aardolie, aardgas en/of van aardolie of aardgas afgeleide
chemische producten en/of (ii) de winning, raffinage, behandeling, opslag,
transport, distributie en/of verhandeling van de onder (i) bedoelde producten;
subsidiair: Viaro te bevelen binnen twee maanden na dit vonnis in Nederland ieder gebruik van de handelsnaam “Viaro Energy” en/of “Viaro” te staken en gestaakt te houden;
primair en subsidiair op straffe van een dwangsom en met veroordeling van Viaro in de proceskosten overeenkomstig artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Varo legt aan de vordering het volgende ten grondslag.
Door het gebruik van de Viaro-tekens in de Europese Unie, met name in Nederland, in
verband met energieproducten en daaraan gerelateerde diensten maakt Viaro
inbreuk (sub b) op het Varo-merk in de zin van artikel 9 lid 2 aanhef Pro sub b UMVo [1] en op de handelsnaamrechten van Varo. Door dat gebruik bestaat er verwarringsgevaar,
zowel direct als indirect. Aangezien Varo door de negatieve publicaties over de CEO van Viaro ook reputatieschade dreigt te lijden, heeft zij een spoedeisend belang bij de inbreukverboden, zoals primair en subsidiair gevorderd.
3.3.
Viaro voert verweer. Viaro concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Varo, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Varo, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Varo in de proceskosten overeenkomstig artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.4.
Viaro voert het volgende aan.
De vordering van Varo mist (spoedeisend) belang. Varo en Viaro bestaan sinds 2019 naast elkaar en sinds de eerste sommatiebrief van Varo heeft zij lange tijd stilgezeten.
Viaro maakt geen inbreuk op de Uniemerkrechten van Varo, onder meer omdat de waren en diensten van partijen qua positie in de energie keten, qua (type) klanten en qua product zeer ver uit elkaar liggen, de benaming Viaro uitsluitend wordt gebruikt om het concern aan te duiden en dit gebruik vrijwel alleen in het Verenigd Koninkrijk plaatsvindt; alle operationele activiteiten worden verricht onder de naam RockRose Energy.
Viaro maakt ook geen inbreuk op de handelsnaamrechten van Varo, omdat Varo haar onderneming in Nederland niet onder handelsnaam Varo (Energy) voert en omdat Viaro Energy als buitenlandse handelsnaam bescherming geniet. Daarnaast verschillen de aard en de vestigingsplaats van de ondernemingen van partijen dermate van elkaar, dat er geen verwarring is te duchten, direct noch indirect.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Bevoegdheid
4.1.
Voor zover de vorderingen van Varo zijn gebaseerd op haar Uniemerk, is de voorzieningenrechter van deze rechtbank bevoegd om daarvan kennis te nemen, omdat Viaro geen woonplaats of vestiging in de Europese Unie heeft en Varo in Nederland is gevestigd (artikelen 123 lid 1, 124 aanhef en onder a en 125 lid 2 van de UMVo [2] in verbinding met artikel 3 van Pro de Uitvoeringswet EG-Verordening inzake het Gemeenschapsmerk). Deze bevoegdheid strekt zich uit tot het grondgebied van de gehele Europese Unie. Voor zover Varo haar vorderingen heeft gebaseerd op haar handelsnaamrechten is de voorzieningenrechter bevoegd, alleen al omdat Viaro de bevoegdheid van de voorzieningenrechter niet heeft betwist.
Spoedeisend belang
4.2.
Als meest verstrekkend verweer heeft Viaro aangevoerd dat Varo onvoldoende spoedeisend belang heeft en dat zij daarom moeten worden afgewezen. Dit verweer slaagt. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter als volgt.
4.3.
De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen dient beantwoord te worden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. Daarbij geldt als uitgangspunt dat het spoedeisend belang in beginsel is gegeven zolang de gestelde inbreuk of het gestelde onrechtmatig handelen voortduurt, of dreigt voort te duren. Er kunnen evenwel omstandigheden die maken dat het spoedeisend belang toch komt te ontbreken. Die situatie doet zich hier voor.
4.4.
Tussen partijen staat vast dat zij al meerdere jaren naast elkaar bestaan, zonder dat dit heeft geleid tot aantoonbare verwarring in Nederland of de Europese Unie. Verder moet er voorshands van worden uitgegaan dat Viaro in het Verenigd Koninkrijk rechtmatig gebruik maakt van haar Britse merk en haar handelsnaam, zodat zij ook buiten het Verenigd Koninkrijk een zeker belang heeft bij het gebruik van haar naam. Daarnaast heeft Viaro aannemelijk gemaakt dat zij haar operationele activiteiten uitvoert onder de naam RockRose Energy en dat het gebruik van de Viaro-tekens in de Europese Unie beperkt is tot gebruik in
corporateverband of ter aanduiding van de groep. Viaro heeft bovendien gesteld dat zij het gebruik van de Viaro-tekens in Nederland zoveel mogelijk beperkt, omdat zij weet dat Varo dat gebruik bezwaarlijk vindt. Bij de belangenafweging wordt in het nadeel van Varo in aanmerking genomen dat sinds de eerste sommaties (in 2023 in het Verenigd Koninkrijk en in 2024 in Nederland) veel tijd is verlopen, zonder dat er zicht is geweest op een concreet onderhandelingsresultaat, terwijl er ook nog geen gerechtelijke procedure is gestart. Daarmee heeft Varo niet voortvarend gehandeld.
4.5.
Het door Varo gestelde gebruik van de Viaro-tekens in de Europese Unie, zoals het gebruik op LinkedIn en op de deelnemerslijst van de bijeenkomst in Antwerpen, – al aangenomen dat dit kwalificeert als merkgebruik, hetgeen Viaro betwist – is in ieder geval niet van dien aard dat dit een voorlopig Uniemerkenrechtelijk inbreukverbod rechtvaardigt. Gelet op de aanvankelijk vreedzame co-existentie, het grote tijdsverloop sinds de sommaties van Varo en het beperkte gebruik van de Viaro-tekens in Nederland en de Europese Unie, kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter van Varo worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. In die procedure kan Varo een definitief oordeel verkrijgen over de rechtmatigheid van het gebruik van de naam Viaro in de Europese Unie. De door Varo gestelde mogelijkheid dat de nog aanhangig te maken Nederlandse bodemprocedure wordt geschorst in verband met een verweer over het “normaal gebruik” van het Varo-merk, maakt niet dat nu al in dit kort geding een voorlopige voorziening kan worden verkregen. De recente negatieve publicaties in de (Britse) pers over de CEO van Viaro, waarvan Viaro de juistheid overigens betwist, zijn niet te beschouwen als een nieuwe omstandigheid die maakt dat er een (nieuw) spoedeisend belang is ontstaan, al was het maar omdat Varo zelf heeft gewezen op soortgelijke berichten die al dateren uit 2023 en 2024 en zij bovendien niet heeft gesteld dat zij daarvan zelf enig concreet nadeel heeft ondervonden.
Slotsom en proceskosten
4.6.
Op grond van het voorgaande wordt de primaire vordering van Varo afgewezen bij gebrek aan (spoedeisend) belang. De subsidiaire vordering deelt daarvan het lot. Varo is daarmee in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Viaro maakt aanspraak op vergoeding van haar volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv en zij heeft specificaties van haar advocaatkosten ingediend voor een totaalbedrag van € 51.606,33 en maakt aanspraak op een vergoeding van € 18.000,00, te vermeerderen met € 750,00 aan kosten voor de tolk, € 100,00 aan reiskosten en € 5.176,33 aan kosten voor een Britse IE-expert. Tegen deze laatste post heeft Varo bezwaar gemaakt.
4.7.
Partijen zijn het erover eens dat deze zaak valt in de categorie “normaal kort geding”. Voor deze categorie zaken is in de Indicatietarieven in IE-zaken [3] een (maximum)bedrag van € 18.000,00 (exclusief BTW) aan advocaatkosten opgenomen. De door Viaro gevorderde advocaatkosten worden daarom toegewezen. Dit bedrag wordt vermeerderd met het griffierecht en de nakosten, alsmede met de kosten voor de tolk en de reiskosten, die de voorzieningenrechter redelijk en evenredig voorkomen en waartegen Varo geen bezwaar heeft gemaakt. De vergoeding voor de € 5.176,33 aan expertkosten wordt afgewezen. Deze kosten zien volgens Viaro op een memorandum van de Britse advocaten van Viaro met daarin een uiteenzetting over de status quo van de procedure(s) in het Verenigd Koninkrijk. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn deze kosten aan te merken als advocaatkosten zoals bedoeld in de Indicatietarieven. Viaro heeft niet aannemelijk gemaakt dat overschrijding van het in de Indicatietarieven opgenomen maximumtarief van € 18.000,00 aan advocaatkosten in deze zaak gerechtvaardigd is.
4.8.
De proceskosten van Viaro worden daarom begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
18.000,00
- kosten tolk
750,00
- reiskosten
100,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
19.774,00
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
wijst de vorderingen van Varo af;
5.2.
veroordeelt Varo in de proceskosten van € 19.774,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Varo niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
veroordeelt Varo tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de onderdelen 5.2. en 5.3. uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.Th. van Walderveen, bijgestaan door mr. W. Jansen, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026.

Voetnoten

1.Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk.
2.Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk.
3.Zie: https://www.rechtspraak.nl/binaries/content/assets/ao/indicatietarieven-ie-rechtbanken-febr-2026.pdf