ECLI:NL:RBDHA:2026:14943
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in grensdetentie na afwijzing asielaanvraag
Eiseres is op 5 mei 2026 in grensdetentie geplaatst op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Haar asielaanvraag is op 20 mei 2026 afgewezen, waarna zij beroep en een voorlopige voorziening heeft ingesteld. Eiseres betoogt dat de vrijheidsontnemende maatregel had moeten worden omgezet na de afwijzing van haar asielaanvraag.
De rechtbank oordeelt dat de vrijheidsontnemende maatregel terecht is opgelegd en voortgezet op grond van artikel 6, derde lid, Vw, omdat het beroep tijdig is ingesteld en de uitzetting wordt uitgesteld totdat op het beroep is beslist. De rechtbank volgt hiermee de jurisprudentie van het Hof van Justitie in de zaken Gnandi en C., J. en S.
Verder voert eiseres aan dat onvoldoende rekening is gehouden met haar medische klachten, waaronder een cyste en een infectie aan de eierstokken. De rechtbank stelt vast dat verweerder deze medische omstandigheden heeft betrokken bij de belangenafweging en dat eiseres toegang heeft tot medische zorg en medicatie. Er is geen aanleiding om de maatregel te wijzigen of op te heffen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.