ECLI:NL:RBDHA:2026:14937
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening visum kort verblijf voor huwelijk neef wegens ontbreken zwaarwegend spoedeisend belang
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een visum kort verblijf om het huwelijk van zijn neef op 12 juni 2026 bij te wonen. De minister van Buitenlandse Zaken heeft dit visum geweigerd, waarna verzoeker bezwaar maakte en tevens een voorlopige voorziening vroeg om het visum alsnog te verkrijgen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 2 juni 2026 en wees het af. Hoewel er sprake is van spoedeisend belang omdat de beslissing op bezwaar niet tijdig kan worden genomen, is niet gebleken van een zwaarwegend spoedeisend belang dat een verstrekkende voorlopige voorziening rechtvaardigt. De band tussen verzoeker en zijn neef is onvoldoende onderbouwd om de afwijzing te passeren.
De voorzieningenrechter overwoog dat het contact tussen verzoeker en neef niet intensief genoeg is en dat de situatie afwijkt van eerdere vergelijkbare zaken. Het verzoek om het visum te verstrekken kan in de bezwaarfase nader worden onderzocht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot het verlenen van een visum voor kort verblijf is afgewezen wegens het ontbreken van een zwaarwegend spoedeisend belang.