Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 2 december 2025 met producties,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald.
Rechtbank Den Haag
In deze civiele zaak vordert de eiser vergoeding van kosten die hij heeft gemaakt voor het opstellen van een conclusie van antwoord, nadat Incassocenter een dagvaarding aan hem had betekend maar deze niet bij de rechtbank aanbracht. De eiser stelt dat Incassocenter zonder machtiging heeft gedagvaard en hem niet heeft geïnformeerd over het niet-aanbrengen van de dagvaarding.
De rechtbank stelt vast dat uit de communicatie niet blijkt dat Incassocenter zonder toestemming van haar cliënte heeft gehandeld. De keuze om de dagvaarding niet aan te brengen zonder de wederpartij te informeren wordt weliswaar als slordig beoordeeld, maar niet als onrechtmatig. Er bestaat geen wettelijke plicht om de wederpartij in alle gevallen te informeren over het niet-aanbrengen van een dagvaarding.
De rechtbank weegt mee dat de eiser het risico heeft genomen door de rente en kosten onbetaald te laten, en dat het niet-aanbrengen van de dagvaarding hem mogelijk een veroordeling en proceskosten heeft bespaard. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt. De vordering van de eiser wordt afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van kosten wordt afgewezen omdat het handelen van Incassocenter weliswaar slordig maar niet onrechtmatig was.