ECLI:NL:RBDHA:2026:14903
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens niet tijdige beslissing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank had eerder een termijn opgelegd waarbinnen de minister moest beslissen. Op 7 mei 2026 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelt dat het intrekken van het beroep vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan aanleiding geeft tot proceskostenveroordeling. Gezien de aard van de zaak, het beperkte belang en het inschakelen van een professionele hulpverlener, wordt een vast bedrag toegekend met een wegingsfactor van 0,5.
De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 467,- aan proceskosten. Er is geen zitting gehouden en partijen werden niet uitgenodigd. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier A.W. van Eerden op 3 juni 2026.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskosten wegens niet tijdige beslissing op de aanvraag verblijfsvergunning asiel.