ECLI:NL:RBDHA:2026:14898

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
NL25.35844
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag op grond van onvoldoende geloofwaardigheid LHBTI-verhaal uit Gambia

Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende jongere, verzocht asiel met het argument dat hij vanwege zijn homoseksualiteit in Gambia gevaar loopt. Hij stelde dat hij vanwege zijn seksuele geaardheid door familie werd bedreigd en mishandeld, waarna hij Gambia verliet en via Italië naar Nederland kwam.

De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van eisers verklaringen over zijn seksuele geaardheid en de omstandigheden in Gambia en Italië. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende rekening had gehouden met het referentiekader van eiser, waaronder zijn leeftijd, achtergrond en ervaringen.

De rechtbank vond dat eiser onvoldoende diepgang en samenhang bood in zijn relaas, met name over zijn seksuele ontwikkeling in Italië en zijn relaties. De door eiser overgelegde foto’s en verklaringen werden onvoldoende overtuigend geacht om zijn homoseksualiteit aannemelijk te maken.

De rechtbank concludeerde dat de afwijzing terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Govaers op 2 juni 2026.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.35844

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. E.C.N. van der Meulen).

Procesverloop

Bij besluit van 8 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 23 april 2026 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door de waarnemer van zijn gemachtigde, mr. M.B. van den Toorn-Volkers. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2005 en de Gambiaanse nationaliteit te hebben. Hij heeft op 12 december 2022 een opvolgende asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel is en in Gambia een relatie heeft gehad met [persoon 1] . Nadat eisers oom hier achter kwam, heeft hij eiser een week opgesloten. Eiser is ontsnapt en heeft Gambia in 2018 verlaten. In Nederland kwam eiser in aanraking met LHBTI-organisaties en heeft hij geleerd om zichzelf te accepteren als homoseksueel. Eiser heeft in Nederland een relatie gehad met [persoon 2] . Bij terugkeer naar Gambia vreest eiser voor zijn oom en vreest hij te worden gedood vanwege zijn homoseksualiteit.
Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst worden deels geloofwaardig geacht. Eisers verklaringen vormen volgens verweerder geen samenhangend en aannemelijk geheel, omdat hij eerder in Italië met omgewisselde voor- en achternaam en een meerderjarige geboortedatum heeft geantwoord op onderzoeksvragen. Daarbij staat eisers meerderjarige leeftijd in rechte vast sinds eisers eerdere Dublin beroepsprocedure. [1] Eisers Gambiaanse nationaliteit wordt gevolgd. Eisers homoseksualiteit en de problemen daaromtrent worden niet geloofwaardig geacht. Verweerder volgt de ontdekking van eisers homoseksuele gevoelens – en daarmee ook de gestelde problemen die hij met [persoon 1] stelt te hebben gehad – niet. Eiser verklaart zich in Nederland verder te kunnen ontwikkelen, maar passeert daarmee volgens verweerder de drie jaar verblijf in Italië waarover hij summier heeft verklaard jongens leuk te vinden. Verweerder werpt aan eiser tegen dat hij meer had moeten kunnen vertellen over zijn seksuele ontwikkeling in Italië. Uit eisers verklaringen over [persoon 2] is volgens verweerder niet gebleken dat sprake is van een liefdesrelatie of de wijze waarop eisers gevoelens voor mannen zich verder hebben ontwikkeld in Nederland. Eiser heeft geen authentiek relaas afgelegd over wat het voor hem betekent dat hij in Nederland zelfvertrouwen heeft gekregen en vrijheid heeft, of wat het verschil is tussen zijn relatie met [persoon 1] ten opzichte van zijn relatie met [persoon 2] . Eisers kennis over Gambia wordt door verweerder onvoldoende geacht om te compenseren voor zijn andere verklaringen. Volgens verweerder blijven eisers verklaringen bij basale uitingen en algemene standpunten.
3. Eiser voert in beroep het volgende aan. Verweerder heeft – mede gelet op de verklaring van Vluchtelingenwerk – onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader, dan wel dat onvoldoende inzichtelijk is gemaakt op welke wijze hiermee rekening is gehouden. Verweerder stelt zich ten onrechte op het standpunt dat meer van eiser kan worden verwacht in de LHBTI-gemeenschap. Door de door eiser overgelegde foto’s van zijn aanwezigheid bij LHBTI-evenementen af te wimpelen, miskent verweerder dat deze evenementen gericht zijn op de stimulering van acceptatie van alle geaardheden. Verweerder stelt ten onrechte dat eiser geen overtuigende verklaringen heeft afgelegd en dat hij vanwege zijn pubertijd meer moet kunnen verklaren over zijn gevoelens gedurende zijn verblijf in Italië. Eiser heeft verklaard dat vanwege de angst die hij in Italië ervaarde, zijn homoseksuele ontwikkeling grotendeels stilstond nadat hij de omvang van zijn gevoelens realiseerde. Eiser hield daarom in Italië doelbewust zijn geaardheid verborgen en heeft als gevolg hiervan ook minder problemen ervaren. Eiser vindt het bevreemdend dat verweerder stelt dat hij niet heeft uitgelegd waarom hij het misbruik door [persoon 1] in het nader gehoor ‘een relatie’ en ‘fijn’ noemt. Verweerder stelt ten onrechte dat hierin geen mogelijkheid wordt gezien voor het ontstaan van een langdurige afhankelijkheidsrelatie.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Het is geen vereiste dat verweerder het referentiekader van een vreemdeling expliciet uiteenzet in het bestreden besluit. Het gaat erom of verweerder bij de beoordeling van de verklaringen van een vreemdeling rekening houdt met diens persoonlijke omstandigheden, waaronder zijn leeftijd, achtergrond, ervaringen en overtuigingen. Verweerder heeft in het voornemen van 13 juni 2025 toegelicht dat hij rekening heeft gehouden met de achtergrond van eiser en met het gestelde dat eiser geen scholing heeft gehad, niet goed kan lezen en schrijven en dat hij daardoor veel op straat was. Ook eisers Mandinka dialect en zijn medische omstandigheden zijn door verweerder kenbaar betrokken. Daarbij wordt door verweerder bij de beoordeling van eisers verklaringen over zijn gestelde homoseksuele gerichtheid uitgegaan van zijn stelling dat hij veertien jaar was ten tijde van de problemen die hij met [persoon 1] heeft ondervonden.
5. Dat verweerder van eiser, rekening houdend met het referentiekader, een bepaalde diepgang verwacht in zijn verklaringen in die zin dat hij inzicht kan geven in zijn belevingswereld en de wijze waarop hij zijn leven in Nederland heeft ervaren, acht de rechtbank niet onredelijk. Verweerder heeft daarbij ook in aanmerking kunnen nemen dat eiser alvorens zijn vertrek naar Nederland drie jaar in Italië heeft geleefd en over een langere periode heeft kunnen ervaren hoe het leven in Europa is als LHBTI. Eisers verwijzing naar de in beroep overgelegde brief van Vluchtelingenwerk, waarin wordt toegelicht dat eiser geïsoleerd is opgegroeid en dat het daarom aannemelijk is dat hij basaal verklaart over zijn seksuele ontwikkeling, zijn homoseksualiteit, en andere onderwerpen, maakt het voorgaande niet anders.
6. Anders dan eiser aanvoert, heeft verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd dat de door eiser overgelegde foto’s een overtuigend relaas zouden kunnen ondersteunen, maar dat deze opzichzelfstaand onvoldoende bewijswaarde hebben om zijn homoseksualiteit geloofwaardig te achten. Daarbij heeft verweerder ook zonder deze foto’s te betrekken, voldoende gemotiveerd waarom meer van eisers aanwezigheid in de homoscene verwacht had mogen worden. Verweerder heeft hierbij kunnen betrekken dat eiser heeft verklaard twee keer bij het [organisatie] te zijn geweest in 2023 en 2024 en dat hij niet uit eigen beweging inspanning heeft verricht ten aanzien van de LHBTI-gemeenschap tijdens zijn verblijf in Nederland, ondanks dat hij stelt hier in vrijheid te kunnen leven. Daarbij heeft verweerder ter zitting voldoende gemotiveerd dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij zijn deelname aan dergelijke bijeenkomsten heeft beleefd en wat deze deelnames voor hem betekenen als LHBTI.
7. Verweerder heeft in het bestreden besluit en ter zitting voldoende gemotiveerd dat niet aan eiser wordt tegengeworpen dat hij in Italië geen relatie heeft gehad of dat hij zich op een bepaalde wijze in Italië had moeten uiten. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt kunnen stellen dat het ontbreekt aan overtuigende verklaringen van eiser over de periode die hij in Italië heeft doorgebracht. De rechtbank acht het niet onredelijk dat verweerder verwacht dat eiser, vanwege de drie jaar pubertijd die hij in Italië heeft doorgebracht, hierover meer kan verklaren. Hierbij heeft verweerder kunnen betrekken dat de pubertijd een belangrijke periode is in de seksuele ontwikkeling.
8. Verweerder heeft aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij eerst twijfelde over zijn homoseksuele geaardheid en na een derde kortstondige ontmoeting met [persoon 1] zeker weet dat hij homoseksueel is. Verweerder stelt verder niet ten onrechte dat eiser onsamenhangend heeft verklaard over de hoeveelheid afspraakjes die hij met [persoon 1] heeft gehad. Ook heeft verweerder aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij zelf in het nader gehoor heeft verklaard dat hij en [persoon 1] een relatie hadden. Anders dan eiser aanvoert, heeft verweerder kunnen overwegen dat hier geen mogelijkheid van een langdurige afhankelijkheidsrelatie in wordt gezien. Verweerder heeft in het bestreden besluit kunnen overwegen dat hij deze snelle ontwikkeling niet volgt.

Conclusie en gevolgen

9. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.
10. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 2 juni 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.NL22.20518.