Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende man, diende in april 2023 een asielaanvraag in in Nederland met als grond zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende vervolging in Nigeria. Hij stelde dat hij mishandeld werd door familieleden en vreest vervolging door gemeenschap, politie en vigilante bij terugkeer.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat de geloofwaardigheid van eisers seksuele gerichtheid en de gevolgen daarvan onvoldoende was onderbouwd. De rechtbank behandelde het beroep op 23 april 2026 en concludeerde dat eiser onvoldoende inzichtelijk had gemaakt wat zijn seksuele geaardheid voor hem betekent, en dat zijn verklaringen over relaties en worstelingen oppervlakkig en summier waren. Ook de steunverklaring van een LHBTI-organisatie werd niet doorslaggevend geacht.
Eiser liet zijn beroepsgrond over de onveilige situatie bij terugkeer vallen. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit terecht was genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de seksuele geaardheid van eiser.