ECLI:NL:RBDHA:2026:14848
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublinverordening
De minister van Asiel en Migratie heeft op 24 februari 2026 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het beroep beoordeeld en daarbij geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is, omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep.