ECLI:NL:RBDHA:2026:14843
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen proceskostenvergoeding bij niet tijdig beslissen asielaanvraag ongegrond verklaard
Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraak van 31 maart 2026, waarin de rechtbank het beroep van opposant tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond heeft verklaard en een proceskostenvergoeding heeft toegekend met een wegingsfactor van 0,25.
De rechtbank heeft het verzet op 8 mei 2026 behandeld, waarbij opposant afwezig was. De rechtbank beoordeelt uitsluitend of de eerdere uitspraak terecht is gedaan, met name of de lagere wegingsfactor voor de proceskostenvergoeding passend is.
De rechtbank oordeelt dat het verzet ongegrond is omdat de eerdere beslissing terecht was. De lagere wegingsfactor is gerechtvaardigd omdat de werkzaamheden bij een opvolgend beroep wegens niet tijdig beslissen beperkter zijn dan bij een eerste beroep. Er is geen aanleiding om de proceskostenveroordeling te wijzigen.
De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier A.W. Landman en is in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet tegen de lagere proceskostenvergoeding bij niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.