Eiser, een minderjarige van Ethiopische nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen als kennelijk ongegrond vanwege een veroordeling voor feitelijke aanranding en het ontbreken van uitzonderlijke omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de aanvraag als kennelijk ongegrond is afgewezen, met name omdat niet is ingegaan op de minderjarigheid van eiser en het jeugdstrafrecht. Ook is het beleid 'eerdere confrontatie met wandaden' niet deugdelijk toegepast, aangezien de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden, waaronder het ontbreken van psychologische problematiek.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak en de actuele situatie in Ethiopië. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.