Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14805

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
C/09/702461 / KG ZA 26-339
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:300 lid 2 BWArt. 555 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot medewerking verdeling en verkoop gemeenschappelijke woning na beëindiging relatie

Partijen waren gezamenlijk eigenaar van een woning en hadden een affectieve relatie die in april 2025 eindigde. De vrouw verzocht herhaaldelijk om verdeling van de woning, maar de man ondernam geen stappen om de woning over te nemen.

De vrouw vorderde in kort geding dat de woning binnen twee weken getaxeerd wordt en dat de man uiterlijk 15 augustus 2026 de woning kan overnemen tegen de getaxeerde waarde, met ontslag van haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek en lening. Indien de man niet overneemt, moet hij meewerken aan verkoop aan derden en de woning ontruimen.

De man erkende de vordering grotendeels, maar betwistte de 50/50 verdeling van de opbrengst vanwege investeringen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de man met spoed stappen moet zetten om de woning over te nemen en anders vanaf 15 augustus 2026 verplicht is mee te werken aan verkoop en levering aan derden.

De dwangsom voor niet-naleving is vastgesteld op €1.000 per dag tot maximaal €50.000. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot medewerking aan taxatie en verkoop van de woning, met een dwangsom bij niet-naleving, tenzij hij de woning voor 15 augustus 2026 overneemt.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel - voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/09/702461 / KG ZA 26-339
Vonnis in kort geding van 13 mei 2026
in de zaak van
[de vrouw]te [woonplaats],
eiseres,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. C.M. Schönhagen,
tegen
[de man]te [woonplaats],
gedaagde,
hierna te noemen: de man,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 20 april 2026, met producties.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 april 2026. De man heeft deelgenomen via een digitale verbinding. Ter zitting heeft de vrouw haar vordering verminderd, in die zin dat zij haar primaire vordering heeft ingetrokken en haar subsidiaire vordering heeft gewijzigd voor wat betreft de datum waarvóór de man de woning zou mogen overnemen. Vonnis is (nader) bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben tot april 2025 met elkaar een affectieve relatie gehad. Zij zijn ieder voor de onverdeelde helft eigenaar van de woning aan [adres] te [plaats] (hierna: de woning). Voor de verkrijging van de woning zijn partijen bij ING een hypothecaire geldlening en een persoonlijke lening aangegaan. Zij zijn voor beide leningen hoofdelijk aansprakelijk.
2.2.
Begin mei 2025 heeft de vrouw de woning verlaten. Zij heeft vervolgens op verschillende tijdelijke adressen gewoond. De man is in de woning blijven wonen.
2.3.
Vanaf juni 2025 heeft de vrouw – mede met het oog op de aankoop van vervangende woonruimte – de man meerdere keren verzocht om over te gaan tot verdeling van de woning. Tot op dit moment heeft de man niet aan dat verzoek voldaan.

3.Het geschil

3.1.
Na vermindering en wijziging van eis vordert de vrouw bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:
I. te bepalen dat partijen binnen twee weken na de datum van dit vonnis de woning zullen laten taxeren, waarbij de man binnen een week na dit vonnis een keuze zal maken tussen [makelaarskantoor 1] te Lisse, [makelaarskantoor 2] te Noordwijkerhout of [makelaarskantoor 3] te Voorhout voor het laten uitvoeren van de taxatie en te bepalen dat ieder van partijen de taxatiekosten bij helfte zal dragen;
II. te bepalen dat de man tot uiterlijk 1 juli 2026 de gelegenheid heeft de woning tegen de getaxeerde waarde en met de bijbehorende (hypothecaire) schulden over te nemen, onder ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de ING hypotheek en de persoonlijke lening bij ING en onder de verplichting aan de vrouw uit te betalen de helft van de dan geldende overwaarde, bij gebreke waarvan de woning te koop zal worden gezet;
III. de man te veroordelen om in dat geval zijn medewerking te verlenen aan de verkoop en notariële levering van de woning aan (een) derde(n) en verdeling bij helfte van de netto verkoopopbrengst tussen partijen, waardoor de man in ieder geval:
a) binnen een week na 1 juni 2026 samen met de vrouw een schriftelijke bemiddelingsovereenkomst tot verkoop dient aan te gaan met de makelaar van zijn keuze onder de voor een NVM-makelaar gebruikelijke voorwaarden;
b) de verkoopadviezen van de makelaar op eerste verzoek van de vrouw op zal volgen, waaronder de adviezen ten aanzien van de te hanteren marktconforme vraag- en laatprijs, en alle medewerking zal verlenen aan die werkzaamheden die nodig zijn voor een gunstig verkoopproces, waaronder het gelegenheid bieden voor het maken van foto’s en bezichtigingen door de makelaar met potentiële kopers, waarbij de woning in een zoveel mogelijk presentabele staat dient te verkeren.
c) dient mee te werken aan de ondertekening van een schriftelijke koopovereenkomst binnen 7 dagen nadat de schriftelijke koopovereenkomst door de makelaar aan de man is toegezonden, indien en voor zo ver de verkoop plaatsvindt tegen minimaal de door de makelaar bepaalde laatprijs, dan wel een door partijen overeengekomen andere laatprijs en waarbij een opleverdatum van de woning wordt afgesproken van minimaal twee maanden na de ondertekening van de verkoopovereenkomst, of korter dan wel langer indien partijen dat uitdrukkelijk schriftelijk overeenkomen en de koopovereenkomst – voor een woning als deze – gebruikelijke condities bevat.
d) dient mee te werken aan de notariële levering van de woning op de dag bepaald in de koopovereenkomst of een in afwijking daarvan nader met de koper overeen te komen dag;
e) dient mee te werken aan uitbetaling door de notaris aan ieder van partijen van een bedrag ter grootte van de helft van de notariële afrekening na verkoop van de woning en de helft (50%) bijdraagt in alle kosten verband houdende met de verkoop en notariële levering, waaronder met name begrepen de bemiddelingsvergoeding van de makelaar, welke bijdrage, evenals eventueel door de man verbeurde dwangsommen zullen kunnen worden verrekend met het aan de man toekomende aandeel in de overwaarde;
f) de woning uiterlijk vijf dagen voor de notariële levering daarvan aan een derde, met medeneming van alle personen die zich daarin bevinden en met medeneming van al zijn eigendommen te ontruimen en niet meer te betreden onder afgifte van de sleutels aan de makelaar;
IV. het gevorderde onder 3 onder b en f op straffe van een dwangsom en met bepaling dat dit vonnis zo nodig op de voet van artikel 3:300 lid 2 BW Pro in de plaats treedt van het deel van de schriftelijk bemiddelingsovereenkomst, de schriftelijke koopovereenkomst of de notariële akte van levering, waaruit moet blijken van de wilsverklaring van de man dat hij opdracht geeft tot bemiddeling, de woning (mede) verkoopt dan wel (mede) levert aan de koper;
een en ander met veroordeling van de man in de proceskosten.
3.2.
De vrouw legt aan de vordering het volgende ten grondslag.
De vrouw wenst tot afwikkeling van de gemeenschap te komen, zodat zij verder kan met haar leven en eigen woonruimte kan verwerven. De vrouw heeft er alles aan gedaan om er samen met de man uit te komen, maar dat is niet gelukt. Indien de man niet snel stappen onderneemt om de woning over te nemen, moet de woning worden verkocht aan een derde. Aangezien de onverdeeldheid en de tijdelijke huisvesting grote impact hebben op de persoonlijke situatie van de vrouw, heeft zij bij haar vordering een spoedeisend belang.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man verklaard dat hij wil meewerken aan de verdeling, dat hij de woning wenst over te nemen, maar dat dat door persoonlijke omstandigheden nog niet is gelukt. Hij heeft toegezegd dat hij alsnog op korte termijn stappen zal zetten om tot verdeling te komen en hij heeft verklaard dat hij begrijpt dat de vrouw een stok achter de deur wil en dat hij het daar ook mee eens is. De man heeft verder verklaard dat hij ermee akkoord is dat de woning wordt getaxeerd en zo nodig verkocht door [makelaarskantoor 1] te Lisse. Hiermee heeft de man de verminderde vordering van de vrouw erkend, dan wel onvoldoende weersproken, voor zover deze betrekking heeft op de toedeling van de woning aan de man en de verkoop aan een derde indien toedeling aan de man niet mogelijk is. De man heeft voorts gezegd dat hij het niet eens is met een 50/50 verdeling van de opbrengst van de woning. Hij heeft in het verleden bedragen in de woning geïnvesteerd, waarvoor hij bij de verdeling een vergoeding wenst te ontvangen van de vrouw.
4.2.
Zoals ter zitting besproken moet de man nu met spoed stappen ondernemen om de woning tegen de getaxeerde waarde over te kunnen nemen, met ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning verbonden schulden. Hiertoe moet de man op zo kort mogelijke termijn een afspraak maken met zijn financieel adviseur en zo nodig juridische bijstand inschakelen om afspraken te maken over de verdeling van de overwaarde van de woning. Indien partijen niet tijdig overeenstemming bereiken over de verdeling en de daarin te betrekken posten (bijvoorbeeld voor de verbouwing), kan een deel van de overwaarde bij de notaris in depot worden gezet.
4.3.
Om onnodige executieproblemen te voorkomen zal de voorzieningenrechter de termijn waarbinnen de man de kans krijgt om de woning over te nemen bepalen op 15 augustus 2026, zodat de man drie maanden de tijd heeft. Indien de woning op die datum niet is verdeeld, is de man verplicht om zijn medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning aan (een) derde(n). De man doet er goed aan om – zoals hij ter zitting heeft aangeboden – de advocaat van de vrouw op de hoogte te houden van de door hem ondernomen stappen.
4.4.
Voor het geval de woning moet worden verkocht, zal de voorzieningenrechter bepalen dat dit plaatsvindt volgens het gebruikelijke spoorboekje met daarin gebruikelijke termijnen. In het verlengde daarvan is de vordering tot ontruiming van de woning, uiterlijk vijf dagen vóór de levering – eveneens toewijsbaar. Aangezien de vrouw de ontruiming op grond van de artikelen 555 en verder van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten uitvoer kan doen leggen, heeft zij in beginsel geen belang bij oplegging van de in verband met de ontruiming gevorderde dwangsom. Er wordt daarom geen dwangsom verbonden aan de ontruiming.
4.5.
De dwangsom wordt voor het overige toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld en gemaximeerd op het daar vermelde bedrag.
4.6.
Het gevorderde is voor wat betreft de draagplicht van de taxatiekosten (vordering I), de vergoeding van de overwaarde (vordering II) en de verdeling van de verkoopopbrengst (vordering III aanhef en onder 5) declaratoir van aard en dat leent zich niet voor toewijzing in kort geding. Die delen van de vordering worden daarom afgewezen.
4.7.
Gelet op de affectieve relatie tussen partijen en de aard van het geschil zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De voorzieningenrechter ziet op dit moment geen aanleiding voor de door de vrouw gevorderde proceskostenveroordeling.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
veroordeelt de man om mee te werken aan de taxatie van de woning door [makelaarskantoor 1] te Lisse (hierna: de makelaar), binnen twee weken na de datum van dit vonnis;
5.2.
veroordeelt de man om vanaf 15 augustus 2026 zijn medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning aan (een) derde(n), waartoe hij in ieder geval:
a. binnen zeven dagen na 15 augustus 2026 samen met de vrouw een schriftelijke bemiddelingsovereenkomst tot verkoop moet aangaan met de makelaar onder de voor een NVM/VBO/Vastgoed Pro-makelaar gebruikelijke voorwaarden;
b. de verkoopadviezen van de makelaar op eerste verzoek van de vrouw zal opvolgen, waaronder de adviezen ten aanzien van de te hanteren marktconforme vraag- en laatprijs, en alle medewerking zal verlenen aan die werkzaamheden die nodig zijn voor een gunstig verkoopproces, waaronder het gelegenheid bieden voor het maken van foto’s en bezichtigingen door de makelaar met potentiële kopers, waarbij de woning in een zoveel mogelijk presentabele staat moet verkeren;
c. moet meewerken aan de ondertekening van een schriftelijke koopovereenkomst zeven dagen nadat de schriftelijke koopovereenkomst door de makelaar aan de man is toegezonden, indien en voor zover:
- de verkoop plaatsvindt tegen minimaal de door de makelaar bepaalde laatprijs, dan wel een door partijen overeengekomen andere laatprijs, en waarbij
- een opleverdatum van de woning wordt afgesproken van minimaal twee maanden na de ondertekening van de verkoopovereenkomst, of korter dan wel langer indien partijen dat schriftelijk overeenkomen, en
- de koopovereenkomst – voor een woning als deze – gebruikelijke condities bevat;
d. moet meewerken aan de levering van de woning op de dag bepaald in de koopovereenkomst of een in afwijking daarvan nader met de koper overeen te komen dag;
e. de woning uiterlijk vijf dagen voor de notariële levering moet ontruimen en met alle zich daarin bevindende eigendommen en personen moet verlaten en de sleutels ter beschikking van de makelaar moet stellen;
5.3.
bepaalt dat, indien de man niet, na schriftelijke sommatie of sommatie per e-mail, binnen vijf dagen voldoet aan enige verplichting tot het verlenen van medewerking als bedoeld in 5.2 onder b. een dwangsom verschuldigd is van € 1.000,00 per dag tot een maximum van € 50.000,00;
5.4.
bepaalt dat, indien de man niet tijdig voldoet aan hetgeen is bepaald in 5.2 onder a., c. en d., dit vonnis op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 BW Pro in de plaats treedt van het deel van de schriftelijke bemiddelingsovereenkomst, de schriftelijke koopovereenkomst of de notariële akte van levering, waaruit moet blijken van de wilsverklaring van de man dat hij opdracht geeft tot bemiddeling, de woning (mede) verkoopt dan wel (mede) levert aan de koper;
5.5.
bepaalt dat de veroordeling onder 5.2 tot en met 5.4 hun werking verliezen indien de man voor 15 augustus 2026 de woning heeft overgenomen tegen de getaxeerde waarde, onder ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld en de persoonlijke lening;
5.6.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Bordes en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.
WJ