Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
4d: niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Rechtbank Den Haag
Bij besluit van 14 mei 2026 is aan eiser een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De zaak werd schriftelijk behandeld waarbij eiser zich refereerde aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat de maatregel in het kader van het grensbewakingsbelang is opgelegd en dat bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken, niet aanwezig zijn. Verweerder had onderzocht of er een significant risico op onderduiken bestond vanwege Dublinindicaties en concludeerde dat dit risico aanwezig was.
De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de maatregel onrechtmatig was opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat de vrijheidsontnemende maatregel niet werd opgeheven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.