ECLI:NL:RBDHA:2026:14758
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige
Verzoeker diende op 15 juni 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning als zelfstandige. De minister wees deze aanvraag op 19 juli 2024 af wegens het niet voldoen aan het documentatievereiste, met name het ontbreken van voldoende bewijsstukken over de levensvatbaarheid van het bedrijf.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter erkende het spoedeisend belang vanwege de verwijderbaarheid van verzoeker, maar stelde vast dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Verzoeker had slechts twee belastingaanslagen overgelegd en geen aanvullende stukken die het ontbreken van bewijs konden compenseren.
Ook het beroep op het driejarenbeleid werd verworpen omdat de aanvraag binnen drie jaar werd afgewezen en verzoeker sinds het primaire besluit geen rechtmatig verblijf meer had. De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar onvoldoende onderbouwd was en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.