Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14749

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
NL25.45334
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning medische behandeling

Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking medische behandeling. Deze aanvraag is door de minister van Asiel en Migratie op 15 januari 2025 afgewezen. Het bezwaar van verzoeker tegen deze afwijzing is op 16 september 2025 eveneens ongegrond verklaard.

Op 21 april 2026 heeft de voorzieningenrechter samen met het beroep van verzoeker de zaak behandeld. Kort daarna heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en dit ongegrond verklaard, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening overbodig werd.

De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45334

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],
van Venezolaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. E. Derksen),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).

Samenvatting

1.1.
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking medische behandeling. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 15 januari 2025 afgewezen. De minister is in de beslissing op het bezwaar van 16 september 2025 bij de afwijzing van het besluit gebleven.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep van verzoeker met zaaknummer NL25.45334, op 21 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.45333, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.