ECLI:NL:RBDHA:2026:14749
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning medische behandeling
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking medische behandeling. Deze aanvraag is door de minister van Asiel en Migratie op 15 januari 2025 afgewezen. Het bezwaar van verzoeker tegen deze afwijzing is op 16 september 2025 eveneens ongegrond verklaard.
Op 21 april 2026 heeft de voorzieningenrechter samen met het beroep van verzoeker de zaak behandeld. Kort daarna heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en dit ongegrond verklaard, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening overbodig werd.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep ongegrond is verklaard.