Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14667

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
NL26.21376
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid tweede beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Deze uitspraak betreft het tweede beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 26 september 2023. Eerder had de rechtbank het eerste beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen. Deze termijn liep af op 2 juni 2026.

Het tweede beroep werd echter al op 15 april 2026 ingediend, voordat de gestelde termijn was verstreken. Hierdoor is het beroep prematuur en voldoet het niet aan de vereisten voor ontvankelijkheid in een beroep tegen niet tijdig beslissen.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst de vordering van eiser af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het tweede beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.21376

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het tweede beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 26 september 2023. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling

2. Op 7 april 2026 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, het eerdere beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaard. [2] De minister is opgedragen binnen een termijn van acht weken alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag. Deze termijn verloopt op 2 juni 2026. Het tweede beroep van eiser is op 15 april 2026 ingediend. Dit beroep is dus te vroeg (prematuur) ingediend en voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiser te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.NL26.10625.